Opvoeden, hadden we er maar een handleiding voor. Het ouderschap gaat gepaard met zowel intense geluksmomenten als een hoop kopzorgen en dilemma’s. Daarom beantwoordt Sofie Vissers, hoofdredacteur van J/M Ouders en moeder van twee kinderen, wekelijks voor Metro een opvoedvraag van ouders. Deze week de vraag van Tijl (41): ‘Hoe ga ik om met mijn zoon (6) die overal een wedstrijd van maakt?’
Sofie schiet te hulp.
Opvoedvraag: ‘Hoe ga ik om met mijn zoon (6) die overal een wedstrijd van maakt?’
,,Lieve Sofie,
Mijn zoon van 6 is enorm competitief. Dat brengt hem veel goeds, want hij is nu eenmaal ook vaak de snelste en hij wint ook vaak met spelletjes. Maar de laatste tijd geeft het hem juist ook veel stress. Van het minste of geringste maakt hij een wedstrijd. Dat kan al gaan om wie er het eerste van de trap af is. Als ik dan als eerste beneden ben, kan hij woest worden. Terwijl ik me dan van geen kwaad bewust ben. Is het dan handig om hem steeds voor te laten gaan en te laten ‘winnen’? Of moet ik het competitieve negeren en zelf gewoon doorlopen op de trap? Hoor graag je advies!
Groetjes,
Tijl“
Het antwoord
,,Wat een herkenbare vraag Tijl, veel ouders zien hun kind worstelen met die enorme drang om altijd te winnen en van alles een wedstrijd maken. Mooi dat je benoemt dat het hem ook veel goeds brengt: competitieve kinderen hebben vaak doorzettingsvermogen, ambitie en energie. Maar zoals je merkt, kan het ook spanning en frustratie geven.
Je hoeft hem niet altijd te laten winnen. Sterker nog: dat zou hem op de lange termijn geen goed doen. Kinderen leren juist door teleurstellingen te ervaren en door te ontdekken dat verliezen óók bij het leven hoort. Als jij hem steeds bewust laat winnen, bevestig je zijn idee dat hij altijd de beste moet zijn en dat maakt de druk nog groter.
Tegenslagen
Volgens het model van de Britse psycholoog Marc Smith Academic buoyancy, is het essentieel dat kinderen leren omgaan met tegenslagen. Het ontwikkelen van vaardigheden zoals planning, zelfvertrouwen, rust bij stress en volharding helpt kinderen juist veerkrachtiger te worden. De kern wordt gevormd door de 5C’s: Confidence (zelfvertrouwen), Coordination (plannen), Control (regie over leren), Composure (rust) en Commitment (doorzettingsvermogen). Onderzoek laat zien dat deze eigenschappen samenhangen met betere prestaties en meer motivatie op school. De psycholoog pleit ervoor dat scholen zich meer richten op academic buoyancy, omdat dit beter aansluit bij de dagelijkse praktijk van leerlingen dan brede, vaak vage resilience-programma’s.
Ook onderwijspsycholoog Lyn Fry zegt in het Engelse tijdschrift Mirror dat het een slecht idee is om kinderen áltijd te laten winnen, terwijl ze dat eigenlijk niet verdiend hebben. “Niet alleen voor je kind., maar ook voor de relatie met je kind. Een kind moet een ouder zien als iemand die de controle heeft. Als kinderen denken dat zij degene zijn die de controle hebben, kunnen het in enkele gevallen angstige mensen worden. Ze moeten weten dat een ouder kan inspringen en sterk kan zijn wanneer nodig.’
Negeren
Maar negeren werkt ook niet. Want voor hem is dit echt serieus, hoe onschuldig het voor jou ook voelt wie er als eerste beneden is. Als je dat wegwuift, kan hij zich niet begrepen voelen in zijn emoties.
Wat helpt wel?
- Erken zijn gevoel. Zeg iets als: “Ik zie dat je baalt dat ik eerder beneden was, dat voelt niet fijn hè?” Zo leert hij dat zijn emotie er mag zijn.
- Normaliseer verliezen. Vertel dat iedereen wint en verliest. Vertel ook hoe jij omgaat met verliezen (bijvoorbeeld met een spelletje of sport).
- Maak er speelsheid van. Soms kun je de spanning eraf halen door er een grapje van te maken: “Oké, jij mag de trapwedstrijd winnen, maar dan win ik straks wie het langzaamst zijn tanden poetst!”
- Leer hem variatie. Niet alles hoeft een wedstrijd te zijn. Je kunt afspreken: sommige dingen doen we “voor de lol” en niet “om te winnen”. Dat vraagt oefening, maar geeft hem een ander perspectief.
Kortom: je hoeft hem niet altijd voor te laten gaan, maar je helpt hem wel om zijn gevoel serieus te nemen en hem te leren dat verliezen geen ramp is. Uiteindelijk groeit hij dan niet alleen in competitiviteit, maar ook in veerkracht. Succes voor jou en je zoon!”
Benieuwd naar meer antwoorden op vragen over opvoeding? In deze stukken geven we ook advies:
- Sannes 16-jarige zoon kwam thuis met het nieuws dat hij een meisje, ook 16 jaar oud, zwanger heeft gemaakt. Wat nu?
- Rolien wil graag weer eens op date met haar man, maar de oppas heeft afgezegd. Kan zij haar dreumes en peuter alleen thuislaten?
- Jack (7), de zoon van Emma, heeft vaak geen zin om naar een feestje te gaan als hij uitgenodigd wordt. Moet ze hem dwingen toch te gaan?
- Wat als je volwassen kind niet helpt in het huishouden? Je moet toch samen de boel runnen én je kinderen wat verantwoordelijkheid bijbrengen. Hoe doe je dat?
Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.






















