Het salaris van werknemers in het midden- en kleinbedrijf is dit kwartaal opnieuw gestegen. Het mediaan bruto maandloon – het bedrag waar de helft van de werknemers boven en de andere helft onder zit – kwam in het derde kwartaal van 2025 uit op 3474 euro. Dat is 1,1 procent meer dan drie maanden geleden en 5,1 procent hoger dan vorig jaar rond deze tijd.
De cijfers komen uit de Loonindex van Van Spaendonck, die maandelijks ruim 1,2 miljoen loonstroken analyseert van 145.000 bedrijven.
Scheepvaart en zorg springen eruit
Niet alle sectoren profiteren evenveel. Vooral in de scheepvaart ging het hard omhoog: binnenschippers kregen er 12,6 procent bij en ook zeevarenden noteerden een plus van 8,3 procent. In de zorg zagen apothekersassistenten hun mediaan salaris met 8 procent stijgen, naar 3853 euro.
„De cijfers laten zien dat de algemene loonontwikkeling beperkt kan lijken, terwijl er binnen specifieke cao’s juist flinke beweging zit”, zegt Jade Karthaus van Van Spaendonck.
Minimumloon stijgt, maar blijft iets achter
Sinds juli staat het minimumloon op 2506 euro, een stijging van 2,4 procent. Op jaarbasis liep dat op tot 4,9 procent, maar daarmee blijft het nét achter bij de mediaan groei van 5,1 procent. In de horeca daalde het aandeel werknemers op minimumloon: van 37,7 procent in 2024 naar 31,7 procent dit jaar.
Grote verschillen in salaris per regio en leeftijd
Groningen en Almere zagen de sterkste loongroei (+2,3 procent), terwijl Eindhoven met 0,55 procent achterblijft. Toch blijven de hoogste salarissen te vinden in de Randstad: in Utrecht ligt het mediaan maandloon op 3976 euro, ruim 400 euro meer dan in Groningen.
Werknemers tussen de 18 en 22 jaar zagen hun loon in een kwartaal met 1,5 procent stijgen, al blijven zij met 2577 euro gemiddeld het laagst betaald. De veertigers scoren het hoogst: 43- tot 47-jarigen verdienen een mediaan salaris van 3861 euro.
Cao wint van vrije markt
Werknemers met een cao gingen er het afgelopen jaar 5,5 procent op vooruit. Voor mensen zonder cao bleef de stijging steken op 4 procent. In absolute bedragen verdienen niet-cao werknemers nog altijd meer: 3900 euro tegenover 3367 euro.
„Deze cijfers onderstrepen dat de arbeidsmarkt volop in beweging blijft en er niet sprake is van een éénduidig beeld”, sluit Karthaus af. „Voor mkb-ondernemers is het belangrijk om niet alleen naar de algemene trends te kijken, maar vooral ook naar de ontwikkelingen binnen hun eigen sector en regio.”
Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.






















