Nieuws

Zo zorg je volgens experts voor duurzaam werk- en levensgeluk 

De dagen vol zon, strand en terrasjes zijn voorbij, de koffer staat weer op zolder en de agenda vult zich met vergaderingen en deadlines. Daar is-ie: de welbekende afterholidaydip. Maar volgens experts is die helemaal niet onvermijdelijk. Met hun tips bouw je aan duurzaam werk- en levensgeluk.

Zo’n 60 procent van de Nederlanders heeft last van een afterholidaydip. 

Wat is een afterholidaydip en waar komt het vandaan?

Een somber of neerslachtig gevoel, gebrek aan motivatie, concentratieproblemen of zelfs fysieke klachten. De meeste mensen hebben weleens een afterholidaydip gehad. Geluksexpert Jacco Vingerling legt aan Metro uit dat je op vakantie meer serotonine, het gelukshormoon, creëert. Dat komt omdat de omstandigheden en je gedrag op vakantie anders zijn dan ‘normaal’. „Je gaat naar een omgeving waar meer zonlicht is, je bent vaker buiten, hebt minder stress en bent in verbinding met mensen waar je graag mee samen bent.”

Therapeut Jantien de Bruin sluit zich daarbij aan. „Op vakantie ervaren we veel levensgeluk omdat we een stuk minder verantwoordelijkheden hebben. Meestal doe je op vakantie niet hetzelfde als in je werkende, dagelijkse leven. Je hoeft minder ballen in de lucht te houden. Je hoeft niet na te denken over wat nog betaald moet worden. Je onttrekt jezelf eigenlijk eventjes uit de verantwoordelijkheid van het hele leven. Dat is natuurlijk heel lekker. Het leven is over het algemeen een stuk eendimensionaler en simpeler. Je sociale kringetje is vaak ook wat kleiner, dus je hebt minder contacten te onderhouden. Je leeft even in een bubbeltje.”

Vingerling: „Als je terugkomt van vakantie krijg je plat gezegd minder serotonine in je systeem. Dat is de dip die je voelt.” De Bruin: „Je komt weer in een vaster stramien. Het is net zoals wanneer je naar de sportschool gaat nadat je een paar maanden niet bent geweest. Dan krijg je spierpijn, moet je weer kilometers maken en een beetje conditie opbouwen.”

Een afterholidaydip is overigens geen reden om je ernstige zorgen te maken, stelt Vingerling: „Maar je kunt er wel invloed op uitoefenen.” 

Tips voor duurzaam werk- en levensgeluk 

1. Integreer dingen die je op vakantie deed in je dagelijkse leven 

Vingerling tipt om te proberen de omstandigheden die aanwezig waren op je vakantie, te integreren in je ‘normale’ leven. „Bijvoorbeeld meer zonlicht, vaker bewegen of meer in de buitenlucht zijn.”

De geluksexpert geeft toe: er is nu eenmaal minder zonlicht in Nederland dan in veel vakantielanden. „Je moet dan misschien drie uur lopen om het effect van een halfuur in het buitenland te pakken, maar het heeft wél effect.” Gewoon meer buiten zijn helpt al, betuigt hij. „Als je bijvoorbeeld besluit om buiten te eten in plaats van binnen of in de pauze meegaat met het groepje dat altijd even een rondje loopt, dan snoep je er alweer wat kwartiertjes bij. Of als je jezelf aanleert om na het avondeten nog even een rondje te lopen, dan is dat alweer even een momentje dat je meepakt.” 

Lokaal en vers eten

Veel mensen grijpen een vakantie aan om veel te eten en te drinken. En hoewel dat niet erg gezond is om dagelijks te doen, kan voedsel volgens Vingerling wel degelijk een rol spelen bij het terugroepen van je vakantiegevoel. „Er zijn mensen die op vakantie veel lokaler en veel verser eten. Als jij in Spanje naar een tentje gaat, dan heb je best kans dat de groente uit de omgeving komt en minder gefabriceerd is dan hier.” Ook slaap je op vakantie vaak langer. „Kijk of of je je nachtrust wat kan verlengen. Een kwartiertje of en halfuurtje meer dan normaal maakt echt al verschil.”

De Bruin: „Ga zitten en denk na over wat je zo gelukkig maakte op vakantie. Hoe kun je dat wat meer integreren? Zo houd ik zelf van borreltijd, dus dat probeer ik in mijn dagelijks leven ook heilig te maken. En dan hoef je niet per se alcohol te drinken. Het is vooral zo’n moment waarop je even kletst met elkaar en de dag doorneemt. Ook deed ik tijdens de vakantie iedere ochtend een half uurtje yoga. Daar werd ik gelukkig van, dus dan kijk ik: kan ik dat ook thuis ook integreren, dagelijks of misschien om de dag?”

Jacco-Vingerling
Geluksexpert Jacco Vingerling. Foto: Privé

2. Roep het vakantiegevoel terug door middel van foto’s 

De eerste week na je vakantie swipe je vaak weemoedig door je vakantiefoto’s en deel je ze enthousiast met familie en vrienden. Maar niet zelden verdwijnen ze daarna in de vergetelheid en nemen ze vooral geheugenruimte op je telefoon in. Vingerling denkt juist dat het helpt om je vakantiefoto’s regelmatig te blijven bekijken. 

„Dat werkt echt goed, want dan komt dat gevoel van die momenten terug. Probeer dat zo lang mogelijk vol te houden. Je kunt telefoons tegenwoordig ook zo instellen dat ze de foto’s automatisch aan je laten zien.” 

3. Doe nieuwe dingen 

Op vakantie doe, proef en zie je voortdurend nieuwe dingen. „Verrassingsmomentjes”, noemt Vingerling die. „Vaak komt de dip door een gebrek aan verrassingsmomentjes, die je op vakantie veel meer hebt. Dat is ook de reden dat je veel mensen ziet rondhoppen in een vakantie, want dan heb je iedere keer weer die verrassingsmomentjes. Die verrassingsmomentjes zijn serotoninegevers.”

Doe dus nieuwe dingen nadat je terugkomt van vakantie. Dat kan van alles zijn. „Kijk of je een projectje op kunt starten na je vakantie. Dat kan in je werk, maar ook privé zijn. Van een andere functie op werk tot je huis verven. Doe iets waar je echt zin hebt en waarbij je voelt dat het leuk gaat worden.” Het kan ook op een kleinere schaal. „Kies bijvoorbeeld voor een ander rondje als je gaat wandelen, of wandel met andere mensen.”

Jantien de Bruin
Therapeut Jantien de Bruin. Eigen foto.

4. Weet wat het verschil is tussen plezier en geluk

Om duurzaam werk- en levensgeluk na te streven, is het goed om het verschil tussen plezier en geluk te kennen. „Plezier is meer dopaminegericht, geluk is meer serotoninegericht”, legt Vingerling uit. „Dopamine kun je zien als een lekker gevoel met een kick: scoren, feesten. Het is niet zo dat dopamine per se slecht is. Het is niet goed en is niet slecht. Maar het is wel zo dat als je veel dopamine in je lijf krijgt, de gevoeligheid voor serotonine afneemt. De serotonine is dan minder goed te activeren.”

Kortom: „Als je veel dopaminemomenten zoekt, dan wordt het het moeilijker om gelukkig te worden. Simpel gezegd: je hebt dubbel zoveel ervaring nodig voor hetzelfde gevoel. Het is te vergelijken met een verslaving: je hebt meer nodig van een bepaalde substantie om hetzelfde effect te krijgen. Je wordt letterlijk ongelukkiger en dat is niet in een weekje om te buigen.” 

Met name in de reclame wordt de definitie van plezier en geluk volgens Vingerling bewust verkeerd uitgelegd. „Als je een reclamespotje ziet van van willekeurig suikerdrankje, dan zie je één en al geluk. Suiker is een dopaminegever. Zij verkopen plezier dus als geluk. Onbewust krijg je de overtuiging dat verkeerde dingen jou gelukkig maken.”

5. Verminder je schermtijd 

Op vakantie spenderen veel mensen minder tijd op hun telefoon. „Als jij aan het hiken of aan het backpacken bent, dan ben je gewoon met het moment bezigt”, zegt Vingerling. Je krijgt een „dopamineshotje” als je op je telefoon zit, zegt hij. „Dat is niet per se verkeerd, maar er zijn ook mensen die er vijf à zes uur per dag op zitten. Als je dat langdurig doet, dan kun je daar op termijn echt last van krijgen.”

Ook De Bruin waarschuwt voor de gevaren van de smartphone en social media. „Op de socials is iedereen zogenaamd gelukkig. Daar kan niemand aan voldoen, daar word je doodongelukkig van. Je moet goed eten, lekker in je vel zitten, de beste partner en vriendin zijn, lachen, de hele tijd leuke dingen doen, mindfulness-momenten inbouwen dan ook nog eens heel veel geld verdienen. Niemand houdt dat vol. Op het moment dat je zegt dat je iets fantastisch vindt terwijl dat niet zo is, pleeg je roofbouw op je lichaam. Je brein en neurologisch systeem raken daarvan in de war. We durven niet meer te voelen en zijn losgeraakt van ons lijf.” 

Verveling

Volgens De Bruin hebben we niet meer genoeg momenten waarop we ons vervelen. „Dan doe je helemaal geen beroep op jouw vermogen, of op wie je bent. Je komt er niet meer vanuit jezelf achter wat je leuk vindt.” Ze pleit voor „meer lummeltijd”. „Lummelen, klooien, niets doen, een beetje chagrijnig worden dat het saai is en daardoor die creativiteit aanspreken.” 

Ze vervolgt: „Je moet af en toe even loskoppelen. Even geen scherm. Veel mensen pakken in hun pauze een scherm en een koptelefoon erbij en kijken een filmpje. Doe dat niet. Een pauze is niks doen. Een kop thee maken, uit het raam staren, buiten even een beetje sjokken, op een bankje zitten en voor je uitkijken. Pas dan ga je verwerken. En op het moment dat je verwerkt, dan ga je ook oplossingen vinden, of het brengt je weer naar een ander stuk van je brein. Je gaat een soort meanderen door je brein, door je geheugen, door dingen die gebeurd zijn. Die creativiteit en die ervaring missen we gewoon veel te veel.”

Net als Vingerling benadrukt ze dat de smartphone niet alleen maar slecht is. „Het is niet zwart-wit. Het kan ook inspirerend zijn om ergens naar te kijken waar je raakvlakken mee hebt. Maar ik denk dat we allemaal weten dat TikTok- en Instagram-filmpjes je ‘hooked’ houden. Ineens zit je een halfuur naar stomme kattenfilmpjes te kijken. Het kan ontspannend zijn, maar het is ook geestdodend en maakt je verdoofd, waardoor je afvlakt.”

6. Doe werk dat je bij je past 

Een essentieel onderdeel van duurzaam werkgeluk ligt voor de hand: doe werk dat bij je past. De Bruin ondervond aan den lijve hoe belangrijk dat is. „Als kind wilde ik psycholoog worden, maar mijn vader zei altijd dat die zelf een beetje gek zijn. Daarom ben ik in de media en communicatie gaan werken. Ik heb te lang mezelf in een vormpje willen passen dat niet paste, met als gevolg dat ik een extreem erge burn-out kreeg. 23 jaar geleden ben ik alsnog psychologie gaan studeren. Ik racete erdoorheen en dacht: dit is wie ik echt ben. Op het moment dat ik in de praktijk werk, ben ik supergelukkig.”

Haar advies: „Het loont om behoorlijk streng te zijn naar jezelf toe. Doe ik eigenlijk wel waar ik in geloof? Past het bedrijf waar ik voor werk bij mijn levensmissie? Past het bij wie ik wil zijn, wat ik in dit leven wil doen? Past het bij waar ik goed in ben? Kijk ook welke overtuigingen je in de weg zitten. Misschien is je verteld dat je pas echt werkt als je 60 uur achter een computer zit en heb je schuldgevoelens als je niet past binnen dat stramien.” 

Ook kleine stappen helpen

Iets doen wat niet bij je past heeft „megaveel impact”, stelt ze. „Het vreet energie en de hele boel raakt verstoord: op neurologisch niveau, je hormoonbalans, jij als mens. Als wat je belangrijk vindt geen uitweg kan vinden, dan ben je een stuk minder gelukkig. Luister goed naar je behoeften: dat kan creativiteit en ondernemerschap, maar ook bijvoorbeeld structuur en voorspelbaarheid zijn. Dat moet je bloedserieus nemen en niet als detail zien.”

De Bruin weet ook dat niet iedereen in de luxepositie zit om werk te kunnen doen dat goed bij hem of haar past. Soms moet iemand simpelweg de rekeningen kunnen betalen. „Dan nog kun je kijken: hoe kan ik mijn werk zo maken dat het in ieder geval een beetje beter bij me past? En dat doe je in mijn optiek door gewoon je mond opentrekken.”

Als ook dat geen optie is, kun je de behoeften in je privéleven proberen te vervullen. „Waar het vooral om gaat, dat je jezelf serieus neemt. Als je bepaalde componenten niet in je werk kunt toepassen, zorg dan dat je in je privéleven dat stuk wel voedt. En jij voelt daarin voor jou de balans, want daar is niet één recept voor. Het gaat om jouw perceptie. Als het voor jou in balans voelt, dan heb je een aardig niveau van levensgeluk.”

7. Sociale interactie is het allerbelangrijkst 

Tot slot blijft sociale interactie volgens De Bruin het allerbelangrijkste component van geluk. Ze wijst op een 80 jaar oude Harvard-studie. „Daaruit blijkt dat we gewoon het allergelukkigst worden van fijne mensen om ons heen, die ons erkennen, horen en zien. De rest is bijzaak.” 

Ze betreurt het dan ook dat eenzaamheid een steeds groter probleem is Nederland. „Dat is slecht voor je gezondheid, je identiteit en je ontwikkeling van wie je bent. Je hebt het idee dat je de enige bent die bepaalde gevoelens of problematieken heeft. Het is zó belangrijk dat je van soms anderen hoort: daar loop ik ook tegenaan. Het is een dooddoener, maar zoek gewoon mensen op. De socials zijn een manier om bepaalde sociale contacten te onderhouden, maar vergeet ook niet om gewoon echt met mensen af te spreken.”

Goede collega’s op werk kunnen dan ook het verschil maken, denkt De Bruin. „Het is fijn als je terugkomt in een omgeving waar collega’s geïnteresseerd zijn en waar je even tijd kunt vrij maken voor de aftervakantieverhalen.”

Meer weten over geluk en een gelukkig leven? Check dan deze artikelen:

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reacties

What's your reaction?

Leave A Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Related Posts