Erfdelen is een nieuwe woonvorm op het platteland, waarbij meerdere huishoudens samenleven op een (voormalig) boerenerf. Op zo’n erf wonen mensen in aparte woningen, maar delen ze vaak voorzieningen zoals een gezamenlijke tuin, werkruimte of erf. Het draait om meer dan alleen wonen: het gaat om duurzaamheid, gemeenschapszin en het opnieuw benutten van bestaande gebouwen.
Metro spreekt met initatiefnemer Pieter Parmentier van Stichting Erfdelen.
Nederland kampt met woningnood. Het is moeilijk om betaalbare woonruimte te vinden. Er wordt dan ook naarstig gezocht naar creatieve oplossingen, zoals het wonen in vakantiehuisjes. Of in een busje, caravan of in een verzorgingshuis, waar je een handje meehelpt. Tegelijk staan duizenden boerderijen leeg, doordat boeren stoppen. Erfdelen is een manier om die leegstand op te lossen en de woningnood tegen te gaan. Ook biedt het kansen voor mensen die weg willen uit de stad en meer verbinding willen.
Belangstelling neemt snel toe
En deze formule slaat aan. Zo’n 2500 huishoudens hebben zich bij stichting Erfdelen aangesloten. En dat aantal neemt snel toe, er komen steeds meer projecten bij. Zoveel, dat er nu zelfs een wachtlijst van vierduizend geïnteresseerden is. Qua leeftijd loopt het uiteen van 23 tot 81 jaar. Vooral vrouwen en 50-plussers zijn enthousiast.
Initiatiefnemer Pieter Parmentier vertelt: „Een jaar of acht geleden zaten we aan de keukentafel en bedachten we het concept. Kleinschalig en sociaal wonen op het platteland. Dat lukte de eerste keer niet, maar ik maakte een website. Honderden mensen reageerden. Daar zijn groepen uit ontstaan. Het is nogal een succes geworden, kun je wel zeggen.”
Behoud van lokale voorzieningen
Door erfdeelprojecten ontstaan nieuwe gemeenschappen. Daarnaast zijn er ook enkele positieve neveneffecten. Zo wordt criminaliteit op leegstaande erven voorkomen en lokale voorzieningen, zoals de dorpswinkel of het buurthuis, worden behouden. Daarnaast kan stadslandbouw op deze erven bijdragen aan lokale voedselvoorzieningen en verbinding tussen stad en platteland.
„Het is meestal zo dat iedereen z’n eigen woonruimte heeft, voldoende privacy,” aldus Parmentier. „Maar je kunt ook in een deel van de boerderij een gemeenschappelijke keuken inrichten of muziek maken. Op allerlei manieren wordt daar invulling aan gegeven, soms zelfs met een voedselbos.”
De praktijk is weerbarstig
Het lijkt idyllisch, om met een groep mensen op het platteland te wonen, middenin de natuur. Back to basics, de eenvoud van het boerenleven.
Toch blijkt de praktijk weerbarstig. Veel gemeenten hebben geen ervaring of beleid ontwikkeld voor deze nieuwe woonvorm. Procedures, zoals het wijzigen van een bestemmingsplan, zijn vaak ingewikkeld, duur en tijdrovend, zo blijkt uit het rapport van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) over deze ontwikkeling.
Regels erfdelen en bureaucratie
Parmentier bevestigt dat: „Dat vergunningen soms moeizaam gaan, is zeker waar. Een paar jaar geleden werkte bijna geen enkele gemeente mee. Nu gelukkig wel steeds meer. En ook banken worden enthousiast. Daar doe ik het voor.” Volgens hem zijn vooral Rabobank en Triodos positiever geworden over erfdeelprojecten. „Dat waren ze in Duitsland al langer, maar hier moesten ze eraan wennen.”
Initiatiefnemers lopen vast in een woud vol regels, terwijl boeren – als zij nog wel in hun boerderij wonen – ook niet altijd staan te springen. Veel boeren vinden het lastig hun erf te delen met mensen die ze niet kennen. Soms willen ze simpelere inkomstenbronnen, zoals het stallen van een caravan. Een ander knelpunt is dat banken vaak terughoudend zijn met het financieren van projecten met een groep mensen. Dit maakt het opzetten van een initiatief voor erfdelen lastig.
Wat zijn de kosten van erfdelen?
Erfdelen, het klinkt uitnodigend en warm. Toch brengt het ook forse kosten met zich mee, zo blijkt uit het rapport. Het omzetten van een agrarisch erf naar een woonbestemming, vereist een wijziging in het bestemmingsplan. Dat kost al snel duizenden euro’s. Daar komen nog eens de kosten voor leges, sloop en onderzoeken bovenop. Daarbij zijn er ook vaak renovaties nodig, zoals de sanering van asbest. Samen kan dat oplopen tot een ton. Desondanks komen er steeds meer initiatieven van de grond.
Groeiende belangstelling
Ondanks dat het een uitdaging is, liggen er ook kansen voor deze nieuwe woonvorm. Het helpt als bewoners in gesprek gaan met buurtbewoners, om bezwaren te voorkomen. Sommige gemeenten experimenteren met pilots en laten zien dat het wel degelijk kan. Daarnaast groeit de belangstelling vanuit gemeentes. Provincies als Gelderland en Noord-Brabant zien het als een kans.
Parmentier noemt het voorbeeld van Ede: „Daar heb ik een presentatie gehouden, en daarna heeft de gemeente besloten om zelf pilots te organiseren. Ze zijn nu met een stuk of drie projecten bezig. Dat is echt een mooi voorbeeld.”
In deze landen betaal je het meest én het minst aan inkomstenbelasting
Amsterdam wil voorrang statushouders op sociale huurwoningen toch behouden
Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.






















