Nieuws

‘Mensen denken dat ze leugens herkennen, is niet zo’

Iedereen liegt, tenminste tweemaal daags. Wie dat ontkent is, inderdaad, een leugenaar. Toch denkt nagenoeg iedereen dat hij liegen kan herkennen – bij anderen, de kinderen, de partner. De wetenschap zegt evenwel iets anders.

Dr. Sophie van der Zee, rechtspsycholoog en leugenexpert, doet al jaren onderzoek naar het fenomeen liegen. Ook Metro ging al eerder op het fenomeen leugen in: ‘Liegen doen we allemaal weleens, maar hoe goed ben jij er eigenlijk in?’

Ook in het dierenrijk wordt volop gelogen, weet leugendeskundige Van der Zee. „Het gaat dan om overleven, om voedsel, veiligheid, om seks. Neem de opossum. Die acteert bij gevaar dat hij dood is. Hij scheidt zelfs een geur af om het overtuigender te maken. Of vogels die hun soortgenoten om de tuin leiden als ze eten verstoppen.”

„Mijn favoriet? De roodbuikeekhoorn! Als het mannetje seks heeft genoten, slaat hij alarm alsof er een roofdier in aantocht is. Iedereen vlucht weg in paniek – weg concurrentie.” Lachend: „Een soort evolutionaire versie van het brandalarm af laten gaan in een studentenhuis.”

Sophie van der Zee leugens liegen leugenexpert
Sophie van der Zee. Eigen foto

Cybercriminaliteit en liegen

In haar onderzoek richt Sophie van der Zee zich uitsluitend op het meest ontwikkelde zoogdier: de mens. De rechtspsycholoog, verbonden aan de Erasmus School of Economics Rotterdam, is gespecialiseerd in ‘de preventie en detectie van oneerlijk gedrag als liegen, valsspelen en fraude’. Tegenwoordig komt daar ook een flinke portie onderzoek naar cybercriminaliteit bij. Hoe overtuigen oplichters hun potentiële slachtoffers en waarom doen diezelfde gedupeerden doorgaans geen aangifte?

Van der Zee: „Ik studeerde eerste psychologie – vervolgens deed ik er rechtspsychologie bij. Ik hield me onder meer bezig met onderzoek naar het verbeteren van politieverhoren. Welke vragen moet je stellen om meer informatie te krijgen? Hoe bepaal je de betrouwbaarheid van die informatie? Leugendetectie dus. Tijdens mijn promotieonderzoek keek ik naar de methodes die werden gebruikt om leugengedrag te analyseren. Die vond ik nogal ouderwets.

Dat ging zo: iemand sprak de waarheid of loog en dat werd op camera opgenomen. Vervolgens analyseerde een onderzoeker achter een bureau het verhoor beeldje voor beeldje. Hij noteerde dan: ‘Beweegt nu de rechterhand, dan weer de linkerhand, maakt al dan niet oogcontact…’ Ik dacht: dit kost enorm veel tijd en het is bovendien uiterst subjectief. Je mist veel – het is moeilijk om kleine bewegingen goed te noteren en dan nog objectief te blijven.”

Witte pakken met sensoren

Dat ‘beter’ vond ze in de technologie, want de ze bekwaamde zich ook in de informatica. Met behulp van motion capture suits – de witte outfits volgehangen met sensoren die worden gebruikt worden bij special effects in speelfilms – begon ze het gedrag van mensen tot in de kleinste details automatisch te registreren. „Dit soort pakken worden ook gebruikt voor revalidatie en sportonderzoek. Als we die methodiek nu eens aanwenden om gedrag bij liegen te meten? Dan meet je bijvoorbeeld 120 keer per seconde of iemand beweegt. Elke millimeter wordt geregistreerd. Veel objectiever dan handmatig turven of iemand wiebelt met z’n hand.

Ik had geen technische achtergrond en ging naar de TU Twente om samen te werken met Ronald Poppe, een informaticus die gespecialiseerd is in het automatisch meten van menselijk gedrag. Hij is inmiddels mijn levenspartner. Samen ontwikkelden we een methode om met die apparatuur psychologische onderzoeksvragen te beantwoorden, vooral op het gebied van liegen. Inmiddels hebben meer dan 600 proefpersonen zo’n pak aangetrokken. We lieten mensen liegen of de waarheid spreken en keken hoe hun lichaam bewoog. Wat we zagen was dat mensen over het algemeen meer gaan bewegen als ze liegen dan wanneer ze de waarheid vertellen. Dat geldt voor het hele lichaam: armen, benen, romp, hoofd. Vaak kleine bewegingen die je met het blote oog nauwelijks waarneemt.”

Muntje opgooien

Maar kunnen we dan helemaal niet herkennen of iemand liegt? Van der Zee: „Dat hebben we getest. We lieten proefpersonen interviews afnemen bij mensen die óf moesten liegen óf de waarheid moesten spreken. Vervolgens vroegen we: denk je dat deze persoon liegt? De accuraatheid was 53 procent – slechts 3 procent hoger dan toeval. Je kunt net zo goed een muntje opgooien.

Het maakt ook niet uit of je ervaring hebt in het herkennen van leugenachtig gedrag. Rechercheurs en rechters zijn er niet significant beter in. Zelfs ouders kunnen niet goed beoordelen of hun eigen kinderen liegen. We lieten hen fragmenten zien van hun eigen kind en van andere kinderen en lieten ze beoordelen of het kind loog. Geen verschil: weer net boven de 50 procent.

Dat komt deels omdat we zelden echte feedback krijgen. Als we denken dat iemand liegt en we hebben gelijk, voelen we ons bevestigd. Maar al die andere keren dat iemand liegt en je het niet doorhebt? Dat weet je simpelweg niet. Mensen overschatten hun vermogen om leugens te herkennen enorm.”

Liegen is zwaar

Liegen is, constateert Sophie van der Zee, voor het menselijk brein veel zwaarder dan de waarheid vertellen. „Als je liegt, moet je de waarheid onderdrukken, een verhaal verzinnen, datzelfde verhaal onthouden, consistent blijven als je het vertelt en kunnen inspelen op onverwachte vragen. Dat kost mentale energie.

Daar komt bij dat je wilt dat de ander jou gelooft. Hoe reageert die op wat ik zeg? Moet ik m’n verhaal aanpassen? Mensen die liegen observeren de ander nauwkeurig en dat kost nog meer cognitieve capaciteit. Je ziet dat aan de pupillen: die verwijden onder cognitieve belasting. Al is dat moeilijk te zien zonder technische hulpmiddelen.”

En dan, constateert ze, zijn er de emoties. „Mensen voelen zich vaak schuldig als ze liegen. Ze schamen zich, bang om betrapt te worden. In ons onderzoek vertellen deelnemers zich minder blij, tevreden en gelukkig te voelen als ze hadden gelogen. Al die emoties beïnvloeden gedrag. Je gaat aan jezelf zitten plukken, je lippen samenpersen of nerveuzer bewegen.”

leugendetector liegen basic instinct
Een beroemde leugendetector uit de filmgeschiedenis: die met Sharon Stone in Basic Instinct. Foto: ANP / Kippa

Polygraaf (leugendetector)

Anders dan in de Verenigde Staten wordt in Nederland geen gebruikt gemaakt van de polygraaf als deel van politieonderzoek en sollicitaties. „De klassieke polygraaf kennen we vooral uit films (en uit Jochem van Gelders Praatjesmakers, red.). Het apparaat met allemaal kabeltjes aan iemands lijf dat hartslag, bloeddruk, ademhaling en huidgeleiding meet. In de praktijk wordt daar gewerkt met de zogenoemde Control Question Technique. Die omvat drie soorten vragen. Eerst zijn er de relevante vragen, die direct gaan over het misdrijf: ‘Heb je het geld gestolen?’ Dan heb je neutrale feitenvragen als ‘Heet je Sophie?’. En dan is er nog een derde, cruciale categorie: de controlevragen.

„Controlevragen zijn vragen waarvan je weet dat mensen moeite mee hebben die volledig eerlijk te beantwoorden. ‘Heb je ooit iemand pijn gedaan?’ of ‘Heb je ooit iets gestolen?’ De gedachte is dat iedereen zich daar enigszins schuldig over voelt, ook onschuldige mensen. Wat gebeurt er dan? Een onschuldige persoon voelt zich alsnog gestrest bij die controlevragen, want hij denkt: misschien leidt dit tot verkeerde conclusies. Een schuldige persoon weet dat de controlevragen afleiden van de echte vraag, dus die ervaart juist minder stress bij die controlevragen.”

Bedacht door politieagent

Dat verschil in stressreactie, licht Van der Zee toe, wordt gemeten. Niet of iemand liegt, maar of diegene op een bepaald type vraag lichamelijk heftiger reageert. „Het systeem is dus gebaseerd op aannames over menselijk gedrag. Er is veel kritiek op. De methode stamt niet uit de wetenschap, maar is zo’n honderd jaar geleden bedacht door een Amerikaanse politieagent. Grondige wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt.

Je meet stress, maar mensen kunnen ook gestrest zijn als ze de waarheid spreken. Bijvoorbeeld als je onterecht wordt beschuldigd van iets ernstigs. Bovendien voelt niet iedereen zich gestrest als hij liegt. Je hebt dus aan beide kanten ruis.”

Van der Zee wijst op een tweede toepassing van de polygraaf die ze veel interessanter vindt: de zogenaamde concealed information test. Een andere methode, waarbij dezelfde apparatuur wordt gebruikt, maar voor een ander doel: het detecteren van verborgen kennis. Niet: heb je het gedaan? Maar: weet jij iets dat alleen de dader kan weten?

Moord gepleegd, vijf messen

„Stel er is een moord gepleegd met een bepaald mes. Je toont vijf messen, waaronder het echte wapen. Vervolgens kijk je of iemands lichaam reageert op dat specifieke mes. Je meet geen stress, maar herkenning. Ons brein reageert anders op informatie die we herkennen. Dat kun je vaststellen met huidgeleiding of een EEG, die de elektrische activiteit van de hersenen meet. Als die piekt bij het echte moordwapen, suggereert het dat iemand daderkennis heeft. Overigens werkt dat alleen als die kennis niet openbaar is. Zodra de media het mes laten zien, is de test waardeloos want dan kent iedereen het voorwerp. Je moet dus strikt controleren wat alleen politie weet.”

In Amerika is de overheid is de overheid de grootste afnemer van polygraaftesten – vooral voor het screenen van eigen personeel. Bijvoorbeeld bij sollicitaties voor inlichtingendiensten. Ben je betrouwbaar? Spreek je de waarheid over je verleden? ,,Toch is de foutmarge van de polygraaf het grote probleem. Het apparaat detecteert leugens met een nauwkeurigheid van 75 tot 80 procent. Dat betekent dat je er in één op de vier gevallen naast zit. Als je iemand vals beschuldigt van zoiets verschrikkelijks als kindermisbruik is dat onacceptabel.

Blind vertrouwen

Ik vind dat je zulke tests nooit als bewijsmateriaal mag opvoeren. Tegelijk gebruiken we nu wél ooggetuigenverklaringen, terwijl die vaak nóg onbetrouwbaarder zijn. Als je kijkt naar het Innocence Project in de VS, dat tot doel heeft mensen die onterecht ter dood zijn veroordeeld vrij te krijgen, zie je dat meer dan de helft van die veroordelingen tot stand is gekomen op basis van foutieve ooggetuigenverklaringen. Vreemd toch: we vertrouwen blind op mensen die er structureel naast zitten.

Wat wij doen met de motion capture-pakken is objectiever. Als we puur kijken naar hoeveel iemand beweegt, dan is de leugendetectie 82 procent accuraat. Dus als je alleen maar kijkt naar het aantal bewegingen, zonder andere informatie, zit je al 30 procentpunten hoger dan wanneer je mensen laat beoordelen.

Toch zijn er ook manieren om zonder technologie beter te worden in leugendetectie. Een van de beste strategieën is om je bewijsmiddelen tactisch in te zetten. Dus niet meteen zeggen: ‘De koekjestrommel is leeg en jij was als enige thuis’. Want dan komt iemand meteen met een excuus. Je kunt beter eerst vragen: ‘Wat heb je gedaan vandaag?’, luisteren en pas daarna iemand met tegenstrijdigheden confronteren. Een tip voor ouders thuis.

Liegen door manipulerende kinderen

Sophie van der Zee vertelt het allemaal met een mengeling van expertise en humor. Haar voorbeelden zijn even wetenschappelijk als herkenbaar. Bijvoorbeeld hoe kinderen al vroeg leren te manipuleren. „Zijn zeer jonge kinderen in staat om te liegen? Sommigen beweren dat baby’s al leren dat huilen iets oplevert: dat zou de eerste vorm van non-verbale manipulatie zijn. Anderen zeggen: Onzin! Huilen is altijd een teken van ongemak. Echte leugens – dus ontkennen of iets niet vertellen – begint bij een jaar of 3, 4. Dan ontwikkelen kinderen namelijk het vermogen zich in de ander te verplaatsen. Ze realiseren zich: ik weet iets wat jij niet weet. En dan kunnen ze bewust informatie achterhouden of verdraaien.

Ze somt op een aantal karakteristieke voorbeelden op: een kind dat liegt dat het nog geen ijsje heeft gekregen in de hoop op nog een. De bekende van ‘ik-heb-m’n-tanden-al-gepoetst’, terwijl de borstel kurkdroog is. Of het kind dat beweert niet te kunnen spelen met een vriendje, maar simpelweg geen zin heeft. „Kinderen leren dus heel vroeg al strategisch gedrag. Dat is liegen in z’n puurste vorm. En het werkt.”

Natuurlijk hebben onze koters hebben het niet van vreemden. Uit een groot publieksonderzoek onder haar auspiciën bleek dat ouders er evenzeer lustig op los liegen. De moeder die stiekem vlees in de maaltijd verwerkt en tegen haar vegetarische dochter zegt dat het vega is. De vader die volhoudt dat de batterij van de iPad op is om zijn kind te beletten met het apparaat te spelen. En, een even mooie als herkenbare: een moeder die beweert nooit te liegen en ter plekke door haar kind wordt gecorrigeerd: ‘Dat is niet waar! Ik hoorde je gisteren nog aan de telefoon tegen oma zeggen dat je geen tijd had om langs te gaan. Maar je hebt de hele avond niks gedaan!’

App BestLiar

Wat Sophie van der Zee fascinerend vindt is dat mensen onderling sterk verschillen in hoe goed ze kunnen liegen en hoe bekwaam ze zijn bij het herkennen van leugens. „We hebben een app ontwikkeld, BestLiar, waarmee mensen zelf video’s kunnen opnemen waarin ze een waarheid of een leugen vertellen. Anderen moeten dan raden: is dit waar of niet?

De app is door ons team gebouwd. BestLiar is uitgegroeid tot een onderzoeksinstrument én een leuk spel. Mensen kunnen video’s van zichzelf uploaden, vrienden uitnodigen, leaderboards bijhouden en elke dag een ‘daily challenge‘ doen. We gebruiken AI-gegenereerde plaatjes – deelnemers moeten dan een afbeelding beschrijven die ze wel of niet gezien hebben. Als je de afbeelding niet hebt gezien, moet je op basis van alleen de titel een plausibel verhaal verzinnen. Anderen moeten beoordelen of je liegt.

Omdat je én kunt liegen én kunt beoordelen, registreren wij precies hoe goed iemand is in liegen en in leugens herkennen. We kunnen dat in de tijd volgen: word je er beter in? Zijn sommige mensen consequent goed in liegen of zijn ze afhankelijk van het onderwerp of de setting? We hopen daarmee vragen te beantwoorden die in het lab moeilijk zijn te onderzoeken. Bijvoorbeeld: ben je beter in het herkennen van leugens van mensen die je kent? Daar hebben we wel indicaties voor, maar we willen dat grootschaliger testen.”

Vrouwen, mannen en liegen

Is er wellicht nog een verschil tussen de seksen waar het om liegen gaat? Sophie van der Zee: „Mannen en vrouwen liegen ongeveer evenveel. Alleen om andere redenen. Vrouwen vertellen iets meer sociale leugens om aardig gevonden te worden, of de ander een goed gevoel te geven. Mannen hebben meer egoïstische redenen: imago-management, eigen gewin. Of ze willen ergens mee weg komen.”

En hoe staat het met de wetenschapper zelf? Wordt die op gezette tijden ook betrapt op een leugen(tje)? Ze peinst: „Overdrijven is ook een vorm van liegen. Ik weet van mezelf dat ik me af en toe moet inhouden om iets niet net even mooier of indrukwekkender te maken. Daar ben ik me als leugenonderzoeker extra van bewust. Je moet als wetenschapper, gespecialiseerd in als leugens, geloofwaardig blijven. Practice what you preach, toch?”

Een spoor van vernieling na je ontslag: wat is ‘revenge quitting’?

Volgens artsen Mariëlle en Fieke kun je veel ongevallen bij kinderen voorkomen, ze leggen uit hoe je dat doet met EHBO-kennis

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reacties

What's your reaction?

Leave A Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Related Posts