Iedereen heeft weleens een geheim, een leugentje om bestwil, iets wat we liever niet hardop zeggen. In Metro’s rubriek Opgebiecht durft een Metro-lezer dat toch te doen. Deze week: Kate was vroeger behoorlijk avontuurlijk als het om vakanties ging, maar dat is tegenwoordig anders. Nu is ze vooral angstig en ziet ze alleen maar beren op de weg.
Kate: „Vroeger boekte ik zonder nadenken een ticket naar de andere kant van de wereld, sliep ik in hostels waar de lakens niet bepaald spierwit waren – en waar ongetwijfeld nog veel meer onhygiënische toestanden waren – en at ik gewoon bij een restaurantje aan de straat, zonder me af te vragen of dat wel verstandig was qua voedselhygiëne. Als er onderweg iets misging, hoorde dat er gewoon een beetje bij. Reizen voelde vooral als vrijheid.
Flash forward naar vijftien jaar later, want die onbevangenheid ben ik inmiddels wel kwijt. Nu voelt het soms alsof ik vooral bezig ben met alles wat er mis zou kúnnen gaan.
Bosbranden
Zo willen we deze zomer naar Frankrijk op vakantie. Heel mainstream, niet eens superavontuurlijk. Maar vorige week zag ik de eerste berichten over bosbranden alweer voorbij komen. En voor ik het wist, zat ik in een soort negatieve reisspiraal. Wat als het vuur zich verspreidt? Wat als we moeten evacueren? Wat als we daar vast komen te zitten? Ik betrap mezelf erop dat ik meerdere keren per dag het nieuws check, terwijl ik ergens ook wel weet dat de kans klein is dat juist onze accommodatie ermee te maken krijgt.
Maar goed, als het de bosbranden niet zijn, verzint mijn hoofd vanzelf wel iets anders. Dan maak ik me ineens druk over het eten. Wat als ik een voedselvergiftiging oploop en drie dagen op een hotelkamer lig? Of als ik een virus oppik waardoor de hele vakantie in het water valt? Stel dat ik überhaupt niet de juiste zorg krijg, als dat nodig is? Mijn hoofd lijkt continu op zoek naar het volgende risico.
Grootste angst
En dan heb ik ook nog een andere, grote angst, namelijk bed bugs. Dat had ik een paar jaar geleden ook nooit gedacht. Sinds ik verhalen heb gelezen over bedwantsen in de Parijse metro, in hotels en zelfs in vliegtuigen, krijg ik dat beeld niet meer uit mijn hoofd. Ik weet heus wel dat de kans klein is, maar daar heb ik niks aan als mijn brein op hol slaat.
Sterker nog, na onze laatste vakantie was ik ervan overtuigd dat we bedwantsen mee naar huis hadden genomen. Ik heb zonder overdrijven alle kleding en tassen drie dagen lang ingevroren voordat ik ze weer naar binnen haalde. Mijn partner verklaarde me voor gek. En eerlijk? Toen ik mezelf bezig zag, dacht ik ook: waar ben ik in hemelsnaam mee bezig?
Schaamte
Het frustrerende is dat ik heel goed weet dat dit niet rationeel is. En ik weet óók dat het een luxeprobleem is. Ik maak me druk om denkbeeldige bedwantsen, terwijl er genoeg mensen zijn die niet eens op vakantie kunnen. Juist daarom schaam ik me er soms ook voor.
Toch merk ik dat het steeds erger wordt. Ik vraag me af of het komt doordat ik ouder word, of doordat we tegenwoordig op social media elk rampscenario voorgeschoteld krijgen – al dan niet via AI. Vroeger hoorde je misschien eens dat iemand ziek was geworden op vakantie. Nu zie je video’s van bosbranden, hoor je horrorverhalen over hotels en mensen die een vliegtuig uitkomen met beten van bedwantsen. Ik weet ergens wel dat het uitzonderingen zijn, maar ongemerkt denk ik: straks overkomt mij dat ook.
Steeds vaker spanning
En daar baal ik misschien wel het allermeest van. Niet zozeer dat ik bang ben voor bosbranden of bedwantsen, maar dat ik steeds vaker spanning voel bij iets waar ik vroeger zó blij van werd. Waar ik vroeger aftelde naar de vakantie, betrap ik mezelf er nu op dat ik soms denk: is het alle zorgen eigenlijk nog wel waard? Ik hoop maar dat ik dat onbevangen gevoel ooit weer terugkrijg.”
Vanwege privacy in combinatie met gevoelige onderwerpen zijn de namen gefingeerd. De echte namen zijn bekend bij de redactie.
Meer lezen over de geheimen van lezers? Deze situaties waren in de afgelopen maanden favoriet:
- Opgebiecht: ‘Ik woon sinds kort samen met een vriendin, maar heb nu al spijt’
- Opgebiecht: ‘Ik vind het kerstdiner bij mijn schoonouders niet te eten’
- Opgebiecht: ‘Ik vind het huis van onze vrienden vies’
- Opgebiecht: ‘Ik schaam me voor mijn interieur’






















