Iedereen heeft weleens een geheim, een leugentje om bestwil, iets wat we liever niet hardop zeggen. In Metro’s rubriek Opgebiecht durft een Metro-lezer dat toch te doen. Deze week: Linde (28) en haar nicht groeiden samen op en hebben een sterke band. Alleen: ze vindt de kinderen van haar nicht nogal verwend.
„Ik ben vrij close met mijn nicht, de dochter van de zus van mijn moeder. We zijn even oud, groeiden samen op en hebben veel herinneringen samen – ze voelt als een zus voor me. Inmiddels is ze al een paar jaar moeder – ze is al jarenlang samen met haar partner en kreeg vrij jong kinderen. Geweldig natuurlijk, om dat van zo dichtbij mee te maken. En hoewel mijn achterneefje en -nichtje hartstikke lief zijn, knaagt er toch iets bij me. Ik vind ze namelijk behoorlijk verwend.
Geen grenzen
Het lijkt alsof ze bijna altijd hun zin krijgen. Willen ze iets hebben, dan koopt mijn nicht het voor ze. Als ze ergens geen zin in hebben, worden ze van alles gevrijwaard. En als ze boos worden, probeert mijn nicht vooral de rust te bewaren door toe te geven – daardoor is bijvoorbeeld hun schermtijd tórenhoog. Laat ik vooropstellen dat dit alles uit een goed hart komt. Mijn nicht wil een lieve moeder zijn en haar kinderen een fijne jeugd geven. Maar ik vind óók dat kinderen grenzen nodig hebben.
Overigens denk ik dat het komt omdat mijn nicht zelf vroeger bepaalde dingen heeft gemist. Mijn tante stond er vroeger alleen voor en had het financieel niet breed, dus er was gewoon minder mogelijk. Dat mijn nicht haar eigen kinderen wél alles probeert te geven, is dus alleen maar prijzenswaardig. Het betekent echter niet dat je ze maar óveral in tegemoet moet komen.
Om maar wat te noemen: tijdens een etentje bepalen de kinderen vaak wat er gebeurt. Lusten ze iets niet, dan wordt er iets anders geregeld. Vervelen ze zich, dan bedenkt mijn nicht meteen vijf activiteiten die ze kunnen doen. En krijgen ze een cadeautje, dan vragen ze direct om meer.
Zelf ben ik heel anders opgevoed. Bij ons thuis was het normaal om dankbaar te zijn, rekening te houden met anderen en soms gewoon iets te accepteren – ook als dat een keiharde ‘nee’ was. Misschien kijk ik daardoor ook met een andere bril naar het gezin van mijn nicht.
Overprikkeld
Natuurlijk ben ik hier nog nooit over begonnen. Wie ben ik om tegen mijn nicht te zeggen hoe ze haar kinderen moet opvoeden? Ze ziet me áánkomen. Ik heb zelf geen kinderen, dus ook geen idee hoe moeilijk opvoeden in werkelijkheid is – wat dat betreft heb ik makkelijk praten. Daarnaast wil ik niet dat ze denkt dat ik haar afkeur als moeder, want dat doe ik niet. Ik zie hoeveel ze van haar kinderen houdt en hoeveel ze voor hen overheeft. Ze doet alles echt met de beste bedoelingen. Maar soms merk ik dat ik na een middag met haar gezin vooral behoefte heb aan rust. Dan is mijn taks bereikt en ben ik gewoon overprikkeld van het verwende gedrag van haar kinderen.
Tja, ik vind het gewoon lastig. Maar ik moet ook accepteren dat iedereen op zijn eigen manier opvoedt. Haar kinderen zijn háár verantwoordelijkheid, niet de mijne, wat ik er ook van vind. En later zullen het vast leuke mensen worden, hoop ik. Dus hou ik mijn mening lekker voor mezelf. Voor mijn nicht, voor onze band en voor de goede lieve vrede.”
Vanwege privacy in combinatie met gevoelige onderwerpen zijn de namen gefingeerd. De echte namen zijn bekend bij de redactie.
Meer lezen over de geheimen van lezers? Deze situaties waren in de afgelopen maanden favoriet:
- Opgebiecht: ‘Ik woon sinds kort samen met een vriendin, maar heb nu al spijt’
- Opgebiecht: ‘Ik vind het kerstdiner bij mijn schoonouders niet te eten’
- Opgebiecht: ‘Ik vind het huis van onze vrienden vies’
- Opgebiecht: ‘Ik schaam me voor mijn interieur’






















