Je hoort het regelmatig: Nederlands is een moeilijke taal om te leren. Maar is dat eigenlijk wel zo? Volgens taalwetenschapper Sterre Leufkens van de Universiteit Utrecht is daar inderdaad iets voor te zeggen.
Maar wat maakt het Nederlands dan precies zo ingewikkeld? En waarom zitten er zoveel regels in onze taal waar je als leerling of nieuwkomer soms behoorlijk op kunt vastlopen? Leufkens legt het bij de Universiteit van Nederland uit.
Waarom ‘de’ en ‘het’ Nederlands zo moeilijk maken
Iedere taal is lastig op zijn eigen manier. „Maar het Nederlands is op een specifiek vlak inderdaad wel echt bijzonder moeilijk.” Leufkens vergelijkt de Nederlandse taal met ‘een man’. „Je herkent een man doordat dat hij tepels heeft, maar zonder dat die nou echt een duidelijke functie hebben.”
„Als we nou zeggen dat deze man de Nederlandse taal is, wat bedoelen we dan eigenlijk met die mannentepels? Dat gaat om regels die vroeger wel duidelijk nut hadden, maar waar je nu eigenlijk niet zoveel meer aan hebt, omdat ze geen extra informatie meer overbrengen.”
„Een voorbeeldje: onze lidwoorden ‘de’ en ‘het’. Je moet altijd weten: is het de pop of het pop? De wetenschap of het wetenschap? Heel lastig om te leren, maar het voegt geen informatie toe aan je boodschap”, benadrukt de taalwetenschapper.
Waarom Nederlandse werkwoorden zoveel uitzonderingen hebben
Leufkens noemt een ander voorbeeld: werkwoorden. „Als je wilt zeggen dat iets al gebeurd is, dan plak je meestal gewoon te of de achter je werkwoord. Maar soms moet je opeens de klinker veranderen. Bijvoorbeeld van loop naar liep. Dat is dus een uitzondering op de regel die je wel moet leren, maar waar je eigenlijk niks aan hebt.”
Ze vervolgt: „Derde voorbeeld: de woordjes er en het. Wat betekent dat woordje er eigenlijk in: ‘Het ziet er hier heel gezellig uit’? Of wat betekent het in: ‘Ik heb het heel warm’? Zulke lege woordjes hebben ook weer geen duidelijk nut.”
Onderzoek naar 22 talen: Nederlands heeft de meeste ‘onnodige’ regels
Het Nederlands heeft relatief veel van zulke ‘mannentepels’. Dat blijkt uit Leufkens onderzoek waarin ze 22 talen van over de hele wereld heeft vergeleken. „Ik was vooral op zoek naar de extremen.”
Ze benadrukt: „Ik keek bijvoorbeeld naar het Taiwa, het Indonesisch en ook naar het Turks. Ik heb gekeken naar het Tamil, een taal in Sri Lanka en het Quechua in Peru. Ik keek ook bijvoorbeeld naar het Kalaallisut in West-Groenland. En van al die 22 talen had het Nederlands de allermeeste van die mannentepelregels.”
Waarom Nederlanders zelf worstelen met ‘hen’, ‘hun’, ‘als’ en ‘dan’
„Denk ook aan regels die in het verleden zijn ingevoerd, maar die we nog steeds niet echt goed onder de knie hebben. Denk maar aan hen en hun. Geleerden in de 17e eeuw vonden dat het Nederlands meer op het Latijn moest gaan lijken. Dus hebben ze bedacht: je moet zeggen: ik zie hen, ik geef hun een cadeau, maar ik geef het cadeau aan hen: nog steeds niet echt goed aangeslagen bij de Nederlanders”, zegt Leufkens.
Een ander voorbeeld van Leufkens is: als en dan. Vroeger kon je gewoon zeggen: hij is groter als ik of groter dan ik. Maar de laatste decennia zijn we daar strenger in geworden. Als je nu zegt: hij is groter als ik, dan is dat absoluut fout.
Waarom de G, UI en IJ zo lastig zijn voor wie Nederlands leert
Ook de uitspraak van het Nederlands kan volgens de taalwetenschapper bijzonder lastig zijn. Niet als je ermee opgroeit, maar voor iemand die niet met het Nederlands is opgegroeid en die in een andere taal heel andere klanken kent, kunnen sommige Nederlandse klanken echt supermoeilijk zijn. Bijvoorbeeld de G, de UI, de IJ.
„De spelling helpt ook niet altijd. Denk even aan het woord ‘element’. Drie keer een letter E, maar hij klinkt elke keer anders. Dat zie je ook bijvoorbeeld in een woord als natuurlijk met dat eindje -ijk, of in gezellig met een i en een g. Dat schrijf je heel anders dan het klinkt”, zegt Leufkens. „Dat zijn allemaal dingen die je gewoon uit je hoofd moet kennen. Je kunt ze niet weten.”
Waarom Nederlands voor een Duitser makkelijker is dan voor een Arabischtalige
Het maakt ook uiteraard uit hoe ver je moedertaal verwijderd is van het Nederlands. Nederlands en Duits lijken erg op elkaar, omdat ze uit dezelfde ’taalfamilie’ komen. Spaans is minder verwant, maar gebruikt wel hetzelfde alfabet. Arabisch verschilt nog meer van het Nederlands, omdat het een andere taalfamilie en een ander schrift heeft. Bij kliktalen uit Zuid-Afrika of inheemse talen uit Mexico zijn de verschillen nog groter.
Maar er is hoop voor de mensen die Nederlands leren een ramp vinden: „Als een taal veel contact heeft met andere talen, dan kunnen er moeilijke regels verdwijnen uit de taal. Nu staat Nederland tegenwoordig in contact met de hele wereld. Dus het zou kunnen dat er wat van die mannentepels gaan verdwijnen”, zegt Leufkens.
Bijvoorbeeld het lidwoord ‘het’. Het zou volgens Leufkens kunnen dat we in de toekomst ‘de meisje’, ‘de paard’, ‘de ding’ gaan zeggen. „Dat klinkt misschien gek, maar het is al eerder gebeurd. Vroeger hadden we nog drie lidwoorden. Nu hebben we alleen nog ‘de’ en ‘het’ over. Maar zulke veranderingen gaan wel echt heel traag. Dat kan zomaar honderden jaren duren.”
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
- Brigitte (57) heeft fibromyalgie en altijd pijn: ‘Het went nooit, je moet je hele leven plannen’
- Consumentenbond waarschuwt voor KLM-deals: ticket van 699 euro kostte vlak daarvoor nog 615 euro
- De Beleggingsrekening van Vincent (45): ‘Tonnair worden was mijn doel, en dat is gelukt’
- Nederlandse studenten wonen steeds minder vaak op kamers, maar bij internationals gebeurt iets opvallends
- Roy en Annick uit Over Mijn Lijk bevestigen relatiebreuk: ‘Elkaar gaandeweg verloren’






















