Word jij ook geïrriteerd als je niet genoeg hebt gegeten?
Foto: Unsplash
Vrijwel alle Nederlanders maken zich zorgen om verhuftering in ons land, oftewel een verschraling van maatschappelijke omgangsvormen. Het wordt zelfs gezien als een bedreiging voor de samenleving, blijkt uit onderzoek van The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS). Uit datzelfde onderzoek blijkt tegelijkertijd dat bijna niemand zichzelf ziet als de hufter.
Stampij maken in het openbaar vervoer, voordringen, verkeersagressie of respectloosheid naar ouderen toe: bij huftergedrag kunnen we allemaal wel een paar voorbeelden voor de geest halen. Het is, zacht gezegd, niet het meest nette gedrag. Zulke acties lijken misschien onschuldig, maar Nederlanders maken zich er wél zorgen om. Er wordt gevreesd voor culturele verharding.
Simpelweg asociaal gedrag
Bijna negen op de tien Nederlanders ziet verhuftering als bedreiging voor de samenleving, maar daar zijn wel een aantal kanttekeningen bij te plaatsen. Zo zijn mensen overwegend positief over hun eigen buurt en de onderlinge saamhorigheid, maar zodra naar de samenleving in zijn geheel wordt gekeken, slaat dat beeld juist om. Het gemiddelde rapportcijfer voor het samenleven in Nederland krijgt slechts een 5,9.
Het gaat daarbij niet per se om concrete gedragingen zoals schelden of afval achterlaten, maar om de mindset van mensen: „Men lapt normen en regels aan zijn of haar laars, maar ‘de hufter’ doet dat ook met een zeker gemak en weinig verhulde respectloosheid of achteloosheid.” Het gaat dus met name om simpelweg asociaal gedrag.
Toenemende onverdraagzaamheid
Wat de impact van huftergedrag is op de samenleving, maakt zich maar moeilijk hard, zegt het ICSS. Objectieve feiten en gevoelens kunnen makkelijk door elkaar heen lopen. „Verhuftering is voor een belangrijk deel ook onbehagen óver verhuftering, en dat onbehagen laat zich niet herleiden tot de feitelijke omvang van het fenomeen.” Toch is het wel duidelijk dat Nederlanders zich zorgen maken om het gedrag dat zou worden vertoond in ons land.
„Burgers noemen daarbij expliciet toenemend egoïsme, onverdraagzaamheid, agressie in het publieke domein, een gebrek aan respect en verdeeldheid”, concludeert het HCSS. Nederlanders vinden dat men zich steeds asocialer gedraagt, en met name versplintering en polarisatie blijken redenen voor zorgen te zijn. „Burgers noemen daarbij expliciet de toenemende onverdraagzaamheid.”
Het gedrag wordt herkend, maar niemand vindt zichzelf de hufter
Veel mensen vinden dus dat huftergedrag onacceptabel is, maar wie is de hufter eigenlijk? Daarover zijn we het in Nederland nog niet eens. Uit het onderzoek van het HCSS blijkt dat we de oorzaak van huftergedrag altijd buiten onszelf plaatsen. Op een schaal van 1 tot 10 geven we onszelf gemiddeld een 2,6. „Kortom, vrijwel iedereen herkent het verschijnsel, maar vrijwel niemand herkent hierin een nadrukkelijk persoonlijk aandeel.”
Het is makkelijk om met de vinger naar elkaar te wijzen, zeggen de onderzoekers van het HCSS. „We hebben vermoedelijk de neiging om met name anderen of selecte groepen aan te wijzen als verantwoordelijken.” Wel zijn er tussen verschillende generaties verschillen op te merken.
Oudere versus jongere generaties
Van oudsher wordt verhuftering namelijk in verband gebracht met een oudere generatie die het gedrag van een jongere generatie betreurt, zegt het HCSS. Onder het mom van ‘de jeugd van tegenwoordig’ wordt daarbij discutabel gedrag ter discussie gesteld. Volgens onderzoekers is dat beeld alleen ‘op zijn minst onvolledig’.
De ervaren ernst van het probleem verschilt namelijk nauwelijks tussen de generaties. Zowel 18- tot 34-jarigen als 65-plussers vinden verhuftering een even grote bedreiging. Maar, zeggen onderzoekers: „Wat wél verschilt, en bovendien aanzienlijk, is de bereidheid zichzelf in het probleem te betrekken. Ouderen zijn niet meer gealarmeerd, maar plaatsen zichzelf consequenter buiten de oorzaak, terwijl jongeren zich in relatieve zin zelfkritischer tonen.”
Verschillende triggers van huftergedrag
Over de oorzaken van huftergedrag zijn Nederlanders duidelijk. Social media wordt met 70 procent als grootste trigger genoemd. Ook politici (49 procent), ouders of verzorgers (43 procent) en niet-westerse migrantengemeenschappen (39 procent) worden vaak genoemd.
Voor die laatstgenoemde oorzaak moet daarentegen wel een kanttekening geplaatst worden. Er zijn namelijk politiek gezien grote verschillen op te merken. Zo zijn niet-westerse migrantengemeenschappen voor slechts 2 procent van de kiezers van de Partij voor de Dieren een probleem, tegenover 74 procent van de PVV-kiezers.
De oplossing voor het probleem ligt volgens deelnemers van het onderzoek dan ook niet bij degene die het probleem veroorzaakt, maar bij degene die ertoe in staat wordt geacht. Ouders, politici en onderwijzers zijn de belangrijkste partijen die volgens het onderzoek de handen uit de mouwen moeten steken. Maar, zo zeggen onderzoekers: een goede dosis zelfinzicht zou ook zeker niet misstaan.
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.






















