Als je forensisch patholoog Frank van de Goot (60) naar zijn vak en verhalen vraagt, hoef je geen sensationele of emotionele anekdotes te verwachten. Nee, zijn blik op misdrijven, dode lichamen en andere, soms ietwat lugubere, ervaringen, is heel praktisch en technisch. Dat kan door zijn autisme, begaafdheid of ‘krankzinnigheid’ komen, maar de patholoog kan in ieder geval smakelijk over zijn beroep vertellen.
In zijn boek Post mortem omschrijft Frank dat hij zich op de Lagere Technische School (LTS) al realiseert dat hij patholoog wil worden. „Een klasgenoot van mij loog nogal graag alles aan elkaar. Hij vertelde allerlei indianenverhalen. Onder meer dat hij zestig brommers had gestolen en doorverkocht, maar ook dat hij duizend gulden had verdiend met het wassen van lijken. Hij was daarbij volkomen onpasselijk geworden toen een man verpakt in plastic zakken, vanwege een treinongeval, werd binnengebracht. Ook dat was een leugen, maar daar werd ik geconfronteerd met het feit dat iemand volledig uit elkaar kon liggen. En dat fascineerde me.”
Metro schreef eerder ook over intrigerende beroepskeuzes. Zo onderzoekt calamiteitenpsycholoog Erica Kinkel menselijk gedrag bij rampen en leert psycho-oncologisch therapeut Eveline Tromp kankerpatiënten omgaan met de naderende dood.
In het kort
- Forensisch patholoog Frank van de Goot beschrijft zijn werk nuchter en technisch, zonder sensatiezucht.
- Hij koppelt zijn lange opleidingsweg en doorzettingsvermogen aan zijn autisme.
- Van de Goot werkt bij het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau, dat onafhankelijk tegenonderzoek doet buiten het OM.
- Hij legt het verschil uit tussen klinische en forensische pathologie en onderzoekt vooral ‘niet-natuurlijke dood’.
- Zijn werk varieert van autopsies en brandlijken tot opgravingen waarbij botresten ‘botje voor botje’ worden geborgen.
- Hij is door zijn boek onverwacht bestseller geworden en onderzoekt nu ook oversterfte, coronavaccins en aerotoxisch syndroom.
Autisme
De dan 16-jarige Frank gaat op onderzoek uit. „Wat doe je met mensen die uit elkaar liggen? Toen kwam ik bij de pathologie uit. Maar van de LTS naar de forensische pathologie is een lange weg. Van de LTS, naar het MBO, HBO, geneeskunde, buitenlandse ervaring, klinische pathologie om vervolgens forensisch patholoog te worden. Het is een weg van bijna 22 jaar geweest.”
De patholoog wijt dat doorzettingsvermogen aan zijn autisme. „Als je met mijn vorm van autisme iets voor ogen hebt, dan kan het niet meer anders. Het is een rechte lijn.”
Wat is het verschil tussen NFI en NFO?
Frank werkt voor het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau (NFO). Dat is iets anders dan het landelijke Nationaal Forensisch Instituut (NFI). Het NFI is namelijk een overheidsorgaan dat werkt in opdracht van politie en justitie. Bij het NFO werken gespecialiseerde forensische experts die zich richten op onafhankelijk (tegen)onderzoek. „Ik heb tien jaar bij het NFI gewerkt. Steekpartijen, schietpartijen, misdrijven, grote zaken, het belandt allemaal bij het NFI. Maar het is ook een hoog geprotocolleerde organisatie en autisme gaat niet samen met overheidsmanagement. Je krijgt mij niet in een keurslijf.”
Hij vertelt verder: „Het voordeel van het NFI is dat het daar allemaal centraal behandeld wordt, maar er kleeft ook een nadeel aan. In bijvoorbeeld Duitsland heeft iedere grote stad een eigen centrum voor forensische pathologie. Maar in Nederland hebben we dus maar één instituut. Daarnaast is er in Nederland ook geen specialistische opleiding. Tegenwoordig komen gerechtelijke pathologen voor een groot deel uit België, omdat Nederland die opleiding niet faciliteert. Binnen het NFI komt alles samen wat nodig is bij forensisch onderzoek. Maar de pathologie zou daar eigenlijk niet moeten zitten. Dat zou in een academisch centrum moeten zitten, ingebed met de klinische pathologie.”
Onafhankelijkheid
„Waar het NFI onderdeel is van het OM, buigt het NFO zich over objectief en onafhankelijk onderzoek voor anderen, bijvoorbeeld om nabestaanden verder te helpen”, vervolgt Frank. „Het kan zo zijn dat iemand het niet eens is met een besluit van het Openbaar Ministerie of dat een artikel 12 Sv-procedure wordt gestart. Het NFO ontfermt zich dan over aanvullend onderzoek.”
Wat doet een forensisch patholoog bij een ‘niet-natuurlijke dood’?
Tussen forensische en klinische pathologie zit overigens een verschil. Een klinisch patholoog werkt in het ziekenhuis en doet vooral weefselonderzoek om diagnoses te stellen. Terwijl de forensisch patholoog bij een ‘niet natuurlijk overlijden’ om de hoek komt kijken. „Klinische pathologie en forensische pathologie worden nog vaak door elkaar gehaald. Maar de klinische patholoog werkt in een lab en heeft uiteindelijk weinig te maken met de dood. Maar het is ook een misvatting dat ik zaken oplos. Ik breng een stukje van het dossier, met betrekking tot de doodsoorzaak, waarmee de opsporingsdienst aan de slag kan. Ik zit in het technische deel, terwijl anderen zich over het tactische deel ontfermen. Als dat in overeenstemming is, heb je een zaak.”
De Groot vervolgt: „Mijn werk is volstrekt onvoorspelbaar. Zo begint een week bijvoorbeeld met een opgraving, moet ik later vaststellen of drie messteken in een arm wel of geen poging tot doodslag is en krijg ik plots een oproep binnen voor een autopsie. Dat zijn leuke dingen.”
Over ‘leuke dingen’ gesproken, Franks pathologenhart maakt een sprongetje bij brandlijken. „Dat zijn de ‘leukste’ projecten. Ik word niet warm of koud van een hersenbloeding of -infarct. Maar bij een brandlijk moet je echt scherp zijn. De meeste details zijn dan namelijk weg. Wat houd je over als je een aangebrand en diep verkoold lichaam treft? Kun je daar nog wat mee? Dat zijn interessante uitdagingen.”
Hoe verloopt een autopsie?
Een patholoog doet aan sectie, autopsie of obductie, drie woorden die eigenlijk hetzelfde betekenen, oftewel het gedeelte waarbij er uiteindelijk in een lichaam gesneden wordt. „Bij klinische obductie gaat de patholoog aan de hand van het medisch dossier na of het ziekbed of doodsoorzaak overeenkomt. Maar mijn onderzoek ziet er anders uit.”
Frank doet jaarlijks tientallen autopsies naast tientallen dossierstudies. De forensisch patholoog schetst hoe dat gaat. „Ik begin met praten en observeren: wat zie ik, hoe komt het lichaam over? Als je namelijk de messen pakt en het snijden begint, maak je de boel kapot. De gedachte over de zaak moet gevormd worden voordat je een snede hebt gezet. En het kan zijn dat je iets tegenkomt waardoor je compleet moet schakelen.”

Bestseller
Zijn boek staat vol met allerlei anekdotes, al was hij eigenlijk nooit van plan om een boek te schrijven. „Ik vind het leuk om voor zalen te spreken. Ik sta dan mijn verhaal te doen voor zo’n volle zaal en dat is heerlijk vertoeven voor een autist. Maar ik ben uiteindelijk benaderd door een ghostwriter en uitgever om ook een boek te schrijven. Sinds het op de markt is, heb ik opeens een bestseller en dat vind ik dus doodeng. Gooi mij in een kuil met modder en menselijke resten erin en ik voel me gelukkig. Maar een bestseller… Iedereen heeft het erover en daardoor heb ik er geen controle over. Je begrijpt dat dat voor een autist niet prettig is.”
Of de forensisch patholoog zijn eigen werk morbide vindt? „Geef mij de definitie van het woord morbide en dan praten we verder. Het is de realiteit. Dat geldt ook voor de uitvaartzorg of de mensen die een menselijk overschot van het spoor halen als iemand onder een trein is gekomen. Dat soort dingen gebeuren en wees blij dat er mensen zijn die dat werk willen doen en die ook nog hart voor de zaak hebben.”
Opgravingen en stillevens
Naast autopsie doet Frank ook opgravingen. De patholoog legt uit hoe dat in z’n werk gaat: „Stel, iemand is begraven, maar er zijn nog steeds aanhoudende vragen, dan kun je een opgraving doen. Degenen die de grafrechten betalen, dat is vaak de familie, kunnen het graf laten openen. Daar moet je een aanvraag voor doen bij de gemeente en dan komt de gravendienst. Het is een hele klus. Samen met mijn assistent klim ik dan de kuil in. Als het lichaam compleet contact heeft gehad met de grond, is dat een kwestie van ‘botje voor botje’. Wat heel ‘leuk’ is. Als ik in zo’n grafkuil sta, komen er altijd twee gedachten bij mij op. Eén daarvan is: ‘Ik wil hier weg’. Je bevindt je namelijk letterlijk in het rijk van de doden. En de ander is: ‘Ach, waarom zou je nu niet blijven?’ De muffe grond en omgeving, ik vind het allemaal fascinerend.”
Je hoeft van Frank namelijk geen emotionele verhalen te verwachten. Hij bekijkt zijn werk regelmatig als kunst. „Men denkt na over de meest vreselijke dingen, maar het doet mij niet zoveel. Ik vind het prima. Sommige zaken kunnen me wel achtervolgen of bijblijven. Zo herinner ik me nog een dikke, reumatische, Duitse mevrouw die met de tuinstoel achterover van het balkon was gevallen. Ze was ook nog eens op het fietsenrek terecht gekomen. Toen ik daar ter plaatse kwam met de forensische opsporing en de mevrouw omdraaide, had ze nog een teckel in haar armen. De hond was ook dood en plat, maar de hele gedachtegang dat die mevrouw naar achter schoof en die teckel nog weet te pakken, dat blijft mij dan bij. Het zijn namelijk bewegende stillevens, oftewel een verhaal over een leven. Daar moet je van houden.”
Opvallende zaken in Nederland
De forensisch patholoog ontfermt zich de komende tijd ook over een aantal opvallende zaken. „Zo verdiep ik me in de oversterfte in Nederland en bijwerkingen van de coronavaccinaties. Daarin zoek ik naar verbanden van bloedmonsters en zogenoemde Spike-eiwitten. Dat houdt mij bezig. Het kan zo zijn, het kan niet zo zijn, maar ik wil het weten.”
„Maar ik buig me ook over het aerotoxisch syndroom in vliegtuigen”, vervolgt de patholoog. „Dat gaat over giftige stoffen in vliegtuigen waar vliegtuigpersoneel veelvuldig aan wordt blootgesteld. Dat hoeft niet erg te zijn, maar sommige mensen missen bepaalde genen waardoor ze door deze stoffen spierzwakte, slecht zicht, psychoses of suïcidaliteit kunnen ervaren. De luchtvaartindustrie is, naar ik heb begrepen, bezig om daar iets in te veranderen. Ik ben derhalve via het NFO betrokken bij dat soort onderzoeken. Natuurlijk doe ik dat niet alleen. Er werken diverse onderzoeksgroepen en neurologen mee. Niemand zit te wachten op de mening van een klein patholoogje uit Nederland.”
Man met de zeis
Wellicht dat die kritische blik van Frank mensen ok behoorlijk tegen de borst kan stuiten. „Het leuke van mijn type autisme is: het boeit me niet. Veel mensen hebben iets tegen me en dat mogen ze best tegen me zeggen. Ik heb er geen probleem mee om met open vizier een discussie te voeren. Als ik geen gelijk heb, zul je me niet snel horen klagen.”
In ieder geval is de forensisch patholoog nog niet moe van zijn werk. „Ik loop tegen de 60 aan, maar ik ga net zo lang door totdat de man met de zeis bij mij voor de deur staat.”
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
- De Spaarrekening van Lauren (31): ‘Onze droombruiloft was geweldig, maar nu voel ik ‘m elke maand’
- De Financiële fout van Werner (43): ‘Mijn schoonouders boekten op mijn creditcard een businessclass vlucht’
- Slechts een vijfde van de kinderen haalt twee uur buitenspelen per dag: kids hebben het te druk
- Alina (33) in Ex-treem gênant: ‘Hij bleek een tweede telefoon te hebben’
- Wat seksuele fantasieën zeggen over je persoonlijkheid






















