Nieuws

Phyleen (36) kreeg kanker en weet nu wat níét helpt: ‘Zeg niet zomaar dat je er voor iemand bent’

Wat zeg je als iemand kanker krijgt? Phyleen Manger Cats (36) wist het zelf ook niet, tot ze op haar 25ste kanker kreeg. Nu heeft ze een handboek geschreven (Kank’r nog bellen?) voor iedereen die iemand met kanker bij wil staan.

Anno 2026 krijgen we bijna allemaal te maken met kanker, vroeg of laat. Maar we leren volgens Phyleen nergens hoe je naast iemand blijft staan als het spannend, ongemakkelijk of verdrietig wordt. Ze kreeg zelf op haar 25e de diagnose kanker.

Phyleen: „Ik werd plots wakker met een grote bult in mijn nek. En hoewel ik het zelf nog niet per se nodig vond om naar de dokter te gaan, bracht ik toch maar een bezoek aan de huisarts. Vanaf dat moment ging het snel. De internist zei direct dat mijn symptomen, zoals vermoeidheid, weinig eetlust, nachtzweten en hoesten, pasten bij het beeld van Hodgkin, een vorm van lymfeklierkanker.”

Eerder sprak Metro met radioloog Sofie De Vuysere, die zelf borstkanker kreeg, en met psycho-oncologisch therapeut Eveline Trom, die vertelde over hoe zij ongeneeslijk zieke mensen leert omgaan met de naderende dood.

Phyleen Manger Cats kanker omgeving
Phyleen Manger Cats Foto: Jolande Teeuw

In het kort: Phyleen schreef een handboek voor naasten van mensen met kanker

  • Phyleen Manger Cats kreeg op haar 25ste Hodgkin lymfeklierkanker en onderging een lange chemokuur.
  • Ze ervoer vooral de herstelperiode na de behandeling als het moeilijkst en eenzaamst.
  • Ze schreef het ‘handboek’ Kank’r nog bellen? voor de omgeving van mensen met kanker.
  • Het boek biedt persoonlijke ervaringen, praktische tips en wensenlijstjes over steun en ziekenbezoek.
  • Phyleen benadrukt dat niets zeggen het ergste is. Zelfs ‘ik weet niet wat ik moet zeggen’ schept verbinding.
  • Ze raadt mensen aan om concreet hulp aan te bieden, aanwezig te zijn op je eigen manier en regelmatig kaarten te sturen.

Phyleen kreeg op haar 25ste Hodgkin: ‘Ik bleek hartstikke ziek’

„Ik bleek hartstikke ziek te zijn”, vervolgt Phyleen over haar diagnose. „Maar ik had eerder allerlei verklaringen voor mijn klachten. Ik bleek stadium 3B te hebben en dat betekende dat de kanker was uitgezaaid aan beide kanten van het middenrif. Ik kon kiezen uit een lange milde kuur of korte heftige behandeling. Dat werd uiteindelijk de lange milde kuur en ik kreeg zestien chemo’s verdeeld over acht maanden. Op mijn verjaardag, vlak voor mijn eerste chemo, belandde ik plots in het ziekenhuis omdat mijn hart niet goed klopte. Toen werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt en realiseerde ik me dat dit heel erg mis had kunnen gaan.”

Maar het ging niet mis. Na haar behandeltraject krijgt Phyleen namelijk te horen dat ze geen kanker meer heeft. „Dan volgen er nog een aantal controles en toen begon ik aan een nieuw deel van mijn leven: het herstel. Achteraf gezien heb ik die periode als het allermoeilijkste ervaren.”

Waarom? „Het herstel is een eenzaam proces. Als je ziek bent, krijg je veel aandacht. Maar zodra je beter bent, verandert dat. Tegelijkertijd werkten mijn lijf en hoofd niet meer zoals ze ooit deden. En ik zou niet meer terugveren naar wie ik was voordat ik ziek werd. Dan kom je in een soort identiteitscrisis terecht. Want wie was ik voor mijn ziekte? En wat was ik nu geworden? Dat heeft veel tijd gekost.”

Eerder sprak Metro ook met bijzonder hoogleraar en gezondheidspsycholoog Marije van der Lee, die vertelde over de psychologische impact van kanker en benadrukte dat die impact na de behandeling niet zomaar voorbij is.

Wat je beter niet zegt na een kankerdiagnose

Phyleen schreef haar boek Kank’r nog bellen? voornamelijk voor de mensen om ‘de kanker’ heen. „Ik merkte dat iedereen heel graag iets voor mij wilde doen en ik zag vooral mijn vriendinnen daarmee worstelen. In het begin krijg je veel reacties, maar dat filtert zich uit en als je beter wordt, hoor je eigenlijk niks meer. Tegelijkertijd zag ik ook bij mijn directe omgeving de worsteling van: ‘Wat kunnen we doen?’ Maar ik had daar toen ook geen antwoord op. Ik voelde me dan verantwoordelijk om daar iets voor te bedenken. Dan liet ik mensen bijvoorbeeld meegaan naar een behandeling en dacht ik later: ‘Waarom doe ik dat?’ Dan deed ik dat toch voor een ander.”

Ze vervolgt: „Maar ook de omgang met andermans emoties rondom mijn ziekbed, daar sta je op voorhand niet bij stil. Ik herinner me nog goed dat ik met een vriendin was vlak na de diagnose en zij er alles aan deed om haar tranen te bedwingen. ‘Je mag best huilen’, zei ik tegen haar. Want mijn diagnose deed ook iets met haar. Al was ik tegelijkertijd ook blij als mensen terughoudend waren in het uiten van hun emoties. De omgang met emoties hangt uiteindelijk heel erg af van de band en of je het kunt afstemmen met degene die ziek is.”

Ziekenbezoek volgens Phyleen: behandel het als kraambezoek

Wat voor emoties ervoer Phyleen zelf tijdens haar ziekbed? „Ik ben niet per se goed in voelen wat ik voel. Hoewel ik wel angst heb gehad voor pijn, ben ik eigenlijk niet bang geweest om dood te gaan. Ik verschuilde me meer achter de zorgen over anderen. Zo vond ik mijn diagnose heel erg voor mijn moeder en mijn vriend. Zelf kon ik me vrij gemakkelijk overgeven aan wat de arts mij opdroeg. Tegelijkertijd wilde ik ook dichtbij mezelf blijven en nog steeds feestjes bezoeken, sociale contacten onderhouden en verbinding maken.”

Phyleen doet uiteindelijk tien jaar over het schrijven van haar boek. „Ik heb het in drie lagen kunnen schrijven. Bestaande uit mijn persoonlijke verhaal, tips en adviezen en wensenlijstjes. Op die wensenlijstjes kun je, als je ziek bent, aanvinken wat je prettig vindt. Tijdens mijn ziekbed wist ik dat namelijk niet goed. Bijvoorbeeld over hoe om te gaan met ziekenbezoek. Ik heb een dochter en ben nu zwanger van de tweede en ik vergelijk een ziekenbezoek en kraambezoek vaak met elkaar. Dat klinkt misschien gek, maar het principe is hetzelfde. Neem iets mee, bijvoorbeeld een cadeautje, zorg ervoor dat je de ander niet tot last bent en ga na drie kwartier weer weg. En als je nog vragen hebt, praat je daarover met iemands partner.”

Wat zeg je wél tegen iemand met kanker?

Dat we niet altijd de juiste woorden hebben, of weten wat we moeten doen als iemand ziek is, vindt Phyleen niet gek. „Als je ziet dat een dierbare pijn, verdriet of angst heeft, dan wil je dat verlichten. Mijn hart breekt al bij de gedachte dat mijn kind van 4 bijvoorbeeld gepest zou worden of ooit liefdesverdriet krijgt. Als je van iemand houdt, wil je dat verlichten. Maar soms zijn er situaties, zoals bij ziekte, dat je niks kunt doen om dat te verlichten. Dan gaan we stunten, worden we onhandig of doen we helemaal niks omdat we bang zijn om iets fout te doen.”

Niks zeggen, is volgens Phyleen uiteindelijk het ergste wat je kunt doen bij een ziekteproces. „Iets onhandigs zeggen of ‘ik weet niet wat ik moet zeggen’, is uiteindelijk ook een manier van contact maken. Als je maar zoekt naar een vorm van nabijheid. Dat is beter dan stilte of het gevoel van genegeerd worden.”

Waarom ‘als ik iets kan doen’ vaak niet helpt

‘Als ik iets voor je kan doen, moet je het zeggen’, was ook zo’n veelgemaakte opmerking die Phyleen lastig vond. „Als mensen verder van me afstonden en dit zeiden, dan glimlachte ik en liet ik het daarna weer van me afglijden. Zo’n opmerking voelt dan net als een ‘hoe gaat het?’ in de supermarkt. Deze woorden waren betekenisloos en zo’n persoon ging mij echt niet naar het ziekenhuis brengen. Maar als iemand wel dichtbij mij stond, voelde ik me dus verantwoordelijk om iets te bedenken. Hoewel deze opmerking nooit handig is, maakt het wel uit wie de vraag stelt. Ik betrap mezelf er ook nog steeds op dat ik dat doe.”

Phyleen omschrijft dat ze recent nog de ‘als ik iets voor je kan doen, moet je het zeggen’-reactie naar een collega wilde sturen. „Gelukkig bedacht ik me op het laatste moment en stuurde ik: ‘Als ik iets praktisch voor je kan doen, zoals afspraken afbellen of dingen verschuiven in de agenda, dan heb ik daar dinsdag en donderdag tijd voor.’ Daarmee maak je het heel concreet.”

Sommige mensen zijn nu eenmaal beter met woorden dan anderen, weet ook Phyleen. „Ben je niet zo’n prater, dan zou ik dat benoemen. Soms zijn er geen geschikte woorden, maar kun je nog steeds iets zeggen. Mijn broertje is bijvoorbeeld geen prater, maar die was er gewoon. Dan knuffelde hij me net iets langer en wist ik dat hij het moeilijk had. Er gewoon zijn en naast iemand gaan zitten, kan ook helemaal goed zijn. Uit je liefde op een manier die past. Of je nu een prater bent of niet, ieder mens heeft behoefte aan verbinding.”

Waarom kaarten sturen meer doet dan een appje

Zelf vond Phyleen het prettig dat haar vriendinnen haar niet als patiënt behandelden. „Ik werd overal voor uitgenodigd en we hoefden niet de hele tijd over kanker te praten.” Maar ze vond meer dingen fijn tijdens haar ziekbed: „Ik heb heel veel kaarten gehad en dat vond ik geweldig. Sommige mensen stuurden me zelfs iedere week een kaart. Kaarten zijn een onderschat medium. Iemand heeft de moeite gedaan om een boodschap te sturen en je hoeft niks terug te zeggen. Zalig vond ik dat.”

Ze vervolgt: „Maar in onzekere tijden ga je ook naar houvast zoeken. Mijn man Joost en ik hadden bijvoorbeeld een mantra, namelijk: ‘Ik ga nooit in mijn eentje naar het ziekenhuis’. Hij ging altijd met me mee en er was een klein groepje mensen dat ook met me mee mocht. Die houvast vond ik in afspraken, mensen en vaste rituelen. Dat samen met je dierbaren vormgeven, vond ik prettig.”

En mocht iemand in jouw omgeving ziek zijn, dan deelt Phyleen nog een laatste advies: „Laat gewoon iets van je horen. En stop niet als iemand beter is. Stuur soms een bericht, bel eens, maar stuur vooral veel kaarten. Tegenwoordig heb ik standaard een stapel kaarten in huis om aan mensen te laten weten dat ik aan ze denk.”

Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:

  • Dominic Seldis (54) heeft reden om nog geen Nederlands te spreken: ‘Maar mensen willen me deporteren’
  • Waarom rouwonderzoeker Mariken afraadt te zeggen dat oma ‘een sterretje is geworden’
  • Wetenschappers ontdekken dat koffie je darmen verandert (en dat heeft effect op je stemming)
  • De Spaarrekening van Inez (38): ‘Ik leef best wel van maand naar maand’
  • UWV: Door oorlog en hoge energieprijzen zijn er binnenkort misschien minder banen in deze sectoren

What's your reaction?

Leave A Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Related Posts