Zeker 900.000 kinderen groeien op met een ouder die psychische of verslavingsproblemen heeft. Volgens onderzoeker Ingrid Brummelhuis (54) ontdekken veel volwassenen pas jaren later dat zij KOPP zijn – en dat die jeugd nog altijd invloed op hen heeft.
„De cijfers liggen in werkelijkheid hoger. Ik denk dat zo’n 35 à 40 procent opgroeit als kind van een ouder met psychische problemen. Dat zijn heel veel kinderen”, aldus Brummelhuis.
Wat betekent KOPP en hoeveel kinderen groeien ermee op?
De afkorting KOPP staat voor Kinderen van Ouders met Psychische Problemen. KOV staat voor Kinderen van Ouders met Verslavingsproblemen. Sommige kinderen zijn KOPP en KOV. Kinderen groeien dan op met ouders bij wie sprake is van zowel psychische als verslavingsproblematiek. Brummelhuis is verpleegkundig specialist en behandelaar binnen de ggz en doet onderzoek naar volwassenen die zijn opgegroeid als KOPP. In haar praktijk begeleidt ze volwassenen met een KOPP/KOV-achtergrond bij de langetermijngevolgen van deze ervaringen uit de jeugd.
De verpleegkundig specialist herinnert zich nog goed dat ze voor het eerst in aanraking kwam met de jonge KOPP. „Ik werkte op een gesloten afdeling binnen de ggz en daar kwam een moeder met haar twee kinderen langs om hun vader te bezoeken. De kinderen waren zo ontzettend angstig en ik had alleen maar vragen over wat er met die kinderen zou gebeuren als hun vader weer thuis zou komen. Daar is bij mij iets aangewakkerd.”
Waarom weten veel volwassenen niet dat ze KOPP zijn?
„Onze maatschappij gelooft dat je dingen zelf doet en sommige onderwerpen zijn taboe, zoals toegeven dat je hulp nodig hebt bij het ouderschap”, legt Brummelhuis uit. „Ouders geven dan ook niet snel toe dat iets niet lukt. Thema’s als depressie of bepaalde specifieke problemen bespreken we steeds meer, maar de term KOPP is onderbelicht. Zodra ik tegen de (volwassen) KOPP zeg: ‘Je bent niet de enige’, dan zie ik vaak opluchting en een last van de schouders vallen. Soms is daar weinig uitleg voor nodig. Je realiseren dat je niet alleen bent en dat je gezien wordt, doet heel veel met een mens.”
Ze vertelt verder: „Als je als kind begrijpt dat je een kind van ouders met psychische problemen en/of een kind van ouders met een verslaving bent, dan haal je de schuld bij het kind weg. Ik geloof overigens dat ouders het in de basis goed willen doen, maar ze soms door omstandigheden niet in staat zijn om het ouderschap vorm te geven.”
Brummelhuis noemt een aantal ‘voorvechters’ uit haar vakgebied op die zich al langere tijd hardmaken voor KOPP. „Psycholoog en onderzoeker Karin van Doesum en ook Cisca Goedhart zetten zich al lang in voor deze kinderen. Uit de praktijk wisten we over de impact voor volwassen KOPP, maar ik kon het niet hard maken of bewijzen. Daarom doe ik onderzoek naar de langetermijngevolgen van opgroeien als KOPP. We moeten onderbouwen hoe belangrijk het is. Het gaat immers over heel veel kinderen.”
Welke klachten komen onderzoekers het vaakst tegen?
De verpleegkundig specialist somt een aantal bevindingen op uit haar onderzoek. „Uit eerder onderzoek weten we dat deze kinderen risico lopen op klachten in hun latere leven. Zoals psychische klachten, interpersoonlijke en relationele uitdagingen, verslaving en lichamelijke klachten. Op jonge leeftijd kunnen die klachten al ontstaan en dat risico loopt op in de volwassenheid. In een van mijn onderzoeken naar volwassen KOPP/KOV gaf 90 procent aan te kampen met fysieke problemen. Bijna 100 procent had psychische problemen en een groot deel had behandeling gehad. Bijna iedere deelnemer aan dit onderzoek gaf aan dat het in behandeling niet over KOPP/KOV ging. Zij benadrukten ook dat het hen had kunnen helpen als het er wel over was gegaan. Het is namelijk belangrijk om het hierover te hebben.”
De mate van klachten hangt volgens de verpleegkundig specialist ook af van risico- en beschermende factoren. „Een beschermende factor is bijvoorbeeld of de ouder de ouderrol kan blijven vervullen en of er een veilige ander is. Daarnaast hangt de mate van klachten ook af van of er wel of niet gesproken wordt over het thema. Het gevoel van erkend worden en niet alleen zijn, heel belangrijk. Lotgenotencontact helpt daar bijvoorbeeld ook bij. Dat geldt overigens niet alleen voor KOPP/KOV, maar bijvoorbeeld ook bij kinderen van ouders in detentie, ouders met een verstandelijke beperking, huiselijk geweld of financiële problemen.”
Eerder sprak Metro met pedagoog Ingeborg Dijkstra over Munchausen by proxy. En sociaal pedagoog en therapeut Ard Nieuwenbroek waarschuwde dat hij steeds vaker een burn-out signaleerde bij kinderen.
Waarom ontwikkelen sommige kinderen wél klachten en anderen niet?
Brummelhuis legt uit dat mensen soms meerdere keren in behandeling zijn geweest en niet snappen waarom bepaalde patronen blijven en zij weer terugvallen. „Op het moment dat we specifiek spreken over KOPP-KOV-ervaringen, ontstaat een (h)erkenning en gaan mensen hun jonggeleerde patronen snappen. Dat brengt ook een ontschuldiging en zorgt ervoor dat ze anders naar zichzelf kijken.”
Veel (volwassen) KOPP’en weten niet dat zij KOPP zijn. „Hun thuissituatie was namelijk hun normaal. Ik maak zelf geen onderscheid of ouders wel of geen diagnose hebben gehad. Als je luistert naar het verhaal van een kind, kun je al snel horen of iemand KOPP is. Sommige van hen geloven ook dat het bij hen thuis ‘niet erg genoeg was’ om zichzelf KOPP/KOV te noemen. Omdat er bijvoorbeeld geen mishandeling of verwaarlozing plaatsvond. Eigenlijk kun je zeggen dat eenieder die zich herkent in de omschrijving KOPP, dat ook is.”
Brummelhuis vervolgt: „Deze groep (volwassen) kinderen krijgt vaak verantwoordelijkheden die niet bij de leeftijd passen en ze kunnen daarom niet opgroeien binnen de eigen mogelijkheden. Ze ervaren schuld- en schaamtegevoelens, wantrouwen, stigma, spreken zich er vaak niet over uit en zijn loyaal naar de ouders. Het is een jarenlang patroon in jezelf. Kinderen zijn geneigd om de schuld op zichzelf te betrekken. Het vraagt namelijk heel veel van een kind om te stellen: ‘Misschien is er iets met papa of mama’.”
Welke rol speelt een veilige volwassene in de jeugd?
Volgens de onderzoeker moet een gezonde ouder of ouderfiguur een voorbeeld kunnen zijn. „Een kind moet namelijk kunnen zijn wie het is, maar tegelijkertijd met gezonde grenzen leren omgaan. Zo’n gezond ouderfiguur moet een kind zien, liefde geven, gezonde grenzen stellen en een voorbeeld kunnen zijn. Daarnaast is zo’n ouderfiguur in staat om naast de praktische kant van het ouderschap, zoals voor onderdak, eten en drinken en kleding zorgen, ook een kind op emotioneel vlak te ondersteunen. Deze ingrediënten helpen een kind om in veiligheid op te groeien en een evenwichtig mens te worden.”
Maar daartoe is niet iedere ouder in staat. „Als papa en/of mama bijvoorbeeld een verslaving, depressie, bipolaire stoornis, borderline of een angststoornis heeft, dan is er niet altijd ruimte om praktisch en emotioneel ouderschap te kunnen bieden. Als een ouder die basisveiligheid niet kan geven en een veilige ander ontbreekt, dan gaat het kind zich inzetten om dat toch wel te creëren. Denk bijvoorbeeld aan alertheid op stemmingen en omstandigheden, het vermogen om zich aan te passen of verantwoordelijkheden dragen die niet van hen zijn. Stel, een ouder kan niet voor een kind zorgen, dan gaat het kind deze taken op zich nemen. Die taken kun je op allerlei manieren invullen, zowel praktisch als emotioneel.”
„Ieder kind reageert anders”, vervolgt Brummelhuis. „Sommigen trekken zich terug, terwijl anderen te snel opgroeien en zich volwassen gaan gedragen. Ik ga ervan uit dat een ouder niet kiest voor zo’n situatie, maar soms gebeurt het toch en gaan kinderen dingen dragen die niet van hen zijn. Daarmee beland je al snel in een patroon. Patronen die lang doorsijpelen, ook in een volwassen leven.”
Ouder versus ouderfiguur
Toch kan volgens Brummelhuis een ander ouderfiguur een belangrijke rol spelen bij KOPP. „Dat kan ook een buurvrouw, oma, stiefouder, tante, ouder van een vriendje of docent zijn. Een ouderfiguur die ook een voorbeeld voor een kind kan zijn. Wel is het belangrijk dat zo’n veilige ander voor langere tijd blijft. Daarnaast wil het niet zeggen dat als een ouder tijdelijk het ouderschap niet kan vervullen, dat grote gevolgen heeft op de lange termijn. Stel, een vader of moeder is een periode depressief geweest. Dat is vervelend, maar als de ouder terugkeert in de ouderrol, kan het kind weer verder. Bij kinderen kun je namelijk een hoop goedmaken. Maar wanneer problemen langere tijd of herhaaldelijk voorkomen en het kind hierover niet goed wordt geïnformeerd, dan kan de impact wel groot zijn.”
Hoe herken je de gevolgen van een KOPP-jeugd op latere leeftijd?
Het kan zijn dat je na het lezen van dit interview wellicht bepaalde dingen herkent of vragen hebt. De verpleegkundig specialist moedigt je dan aan om op onderzoek uit te gaan. „Ben je zelf in behandeling? Benoem het dan tegen je behandelaar. Maar er zijn ook organisaties waar je met vragen terecht kunt of waar je informatie kunt vinden, zoals de site van Trimbos, MIND Naasten Centraal, Arkin of mijn website. Ook zijn er meerdere boeken over dit thema geschreven, bijvoorbeeld van psycholoog Lindsay Gibson. Daarnaast kan een podcast als KOPPKOVFESSIONS of documentaires als Mama Mania, At the feet of my mother of Met je KOPP boven water interessant zijn om eens te bekijken of te beluisteren.”
Brummelhuis vervolgt: „Er is best wat informatie beschikbaar. Verder zijn er ook (preventie) KOPP/KOV-groepen en je kunt ook denken aan de Kind-van Dag en de community Met Zonder Ouders. En soms kan een gesprek met de praktijkondersteuner van de huisarts helpen. Er is veel, maar tegelijkertijd ook heel weinig. Lang niet elke instelling heeft KOPP-groepen en niet in iedere regio bestaan praatgroepen. Het is belangrijk dat hierover gesproken wordt.”
Omgang met KOPP, voor een buitenstaander
Ook als omgeving kan het zijn dat je een KOPP herkent. Daarin maakt Brummelhuis onderscheid tussen de jongere en volwassen KOPP. „Herken je dit beeld bij een jonger kind? Het is voor KOPP heel fijn als je er voor hen kunt zijn. Maar als je daar iets in wilt betekenen, zorg er dan voor dat je er langere tijd blijft. Dat is een belangrijke voorwaarde. Als de ouders niet in staat zijn om er (tijdelijk) voor het kind te zijn, kan het heel waardevol zijn als een buitenstaander dit wel kan doen.”
En voor de volwassen KOPP onder ons pleit Brummelhuis ervoor om vooral nieuwsgierig en voorzichtig erover te praten. „Waarom zou je het niet ter sprake brengen als je het bij iemand herkent? Benoem de term KOPP/KOV en vraag eens of iemand daarvan op de hoogte is. Lang niet iedereen kent KOPP/KOV, maar onderschat ook niet dat een hoop mensen niet open durven te praten. Het blijft namelijk een heel complex thema. Wees als buitenstaander nieuwsgierig en plant soms een zaadje voor een gesprek. Maar vergeet niet: ieder mens heeft zijn of haar eigen proces.”
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
- Ruben betaalde 9500 euro zwart voor een automatische poort: twee uur later stortte die al in
- Demograaf over lage geboortecijfers Europa: ‘Door babyboom Afrika verandert de wereld’
- Filemon Wesseling ziet dat online markt China voor kwaliteit gaat: ‘Grote concurrentie voor bol.com en Amazon’
- Waarom je trek krijgt in bepaald eten: onderzoekers ontdekken 2 verrassende routes naar het brein
- Psychologen waarschuwen voor trauma bonding: dit zijn signalen die vaak verkeerd worden uitgelegd




















