Geldzorgen, weinig steun van anderen, psychische klachten of een ingrijpende gebeurtenis: wie met meerdere problemen tegelijk kampt, blijkt vaker fysiek agressief gedrag te vertonen. En binnen die groep komt ook sterk geloof in complottheorieën vaker voor. Dat blijkt uit nieuw Nederlands onderzoek onder volwassenen. Opvallend genoeg geldt het verband met problemen níét voor mensen die wel in complotten geloven, maar niet agressief zijn.
Sneller bij nieuws dat ertoe doetStel Metro in als voorkeursbron en je vindt ons nieuws altijd terug in Google.
Instellen →
Wie bij complotdenkers meteen denkt aan iemand die schreeuwend met de vuist op tafel slaat, doet overigens een flinke groep mensen tekort. De onderzoekers benadrukken juist dat complotdenken en agressie niet hetzelfde zijn. Eerder onderzoek vond weliswaar een verband tussen beide, maar dat verband is relatief zwak en veel mensen die complottheorieën geloven, gedragen zich helemaal niet agressief.
Tranzo (Tilburg University), het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE), GGZ WNB Mental Health Institute, Reinier van Arkel en Centerdata onderzochten wat de mensen die beide kenmerken wél combineren onderscheidt van anderen.
Geldproblemen en weinig sociale steun
Voor het onderzoek werden gegevens gebruikt uit het Nederlandse LISS-panel, een langlopend onderzoek dat is gebaseerd op een steekproef uit de Nederlandse bevolking. De onderzoekers keken eerst naar zes soorten problemen die mensen al hadden voordat hun complotdenken en agressie werden gemeten.
Het ging onder meer om ernstige angst- en depressieve klachten, een gebrek aan emotionele steun, financiële problemen, een lage tevredenheid met het leven en het meemaken van traumatische of stressvolle gebeurtenissen. Vijf tot zeven maanden later werd gekeken naar de mate waarin deelnemers complottheorieën onderschreven en fysiek agressief gedrag rapporteerden.
Daarbij werd bijvoorbeeld gevraagd naar vechten, terugslaan wanneer iemand hen sloeg en het bedreigen van anderen. Voor complotdenken kregen deelnemers verschillende algemene complotstellingen voorgelegd.
Vervolgens maakten de wetenschappers onderscheid tussen vier groepen: mensen die niet agressief waren en weinig complotdenken vertoonden, niet-agressieve complotdenkers, agressieve mensen zonder sterk complotdenken en agressieve complotdenkers.
Vooral het opstapelen van problemen valt op
De opvallendste uitkomst zit in de hoeveelheid problemen waarmee iemand te maken had. Hoe meer psychosociale problemen er vooraf speelden, hoe vaker deelnemers later tot de agressieve groepen behoorden.
Van de mensen zonder een van de onderzochte problemen behoorde 3,8 procent tot de groep fysiek agressieve complotdenkers, wanneer deze werd vergeleken met de niet-agressieve groep zonder complotdenken. Bij mensen met vier of meer problemen was dat 63,6 procent. Ook agressief gedrag zonder sterk complotdenken kwam bij die laatste groep veel vaker voor: 58,8 procent tegenover 7,9 procent bij mensen zonder de onderzochte problemen.
Die percentages vragen wel enige uitleg. Ze betekenen niet dat bijna twee derde van álle Nederlanders met vier problemen automatisch een agressieve complotdenker is. Ze komen voort uit vergelijkingen tussen specifieke groepen die de onderzoekers op basis van afkapwaarden voor agressie en complotdenken samenstelden.
De onderzoekers herhaalden hun analyses daarom met verschillende grenzen voor wat als sterk complotdenken en agressief gedrag werd beschouwd. De belangrijkste patronen bleven daarbij vrijwel hetzelfde.
Complotdenken alleen is een ander verhaal
Misschien nog interessanter is wat de onderzoekers níét vonden. Onder mensen die geen fysiek agressief gedrag vertoonden, hing het hebben van psychosociale problemen niet duidelijk samen met complotdenken.
Iemand met geldzorgen, weinig emotionele steun of psychische klachten was binnen die niet-agressieve groep dus niet automatisch vaker een complotdenker dan iemand zonder zulke problemen.
Dat onderscheid vinden de onderzoekers belangrijk. Psychosociale problemen lijken in hun studie sterker samen te hangen met agressief gedrag dan met complotdenken op zichzelf. Ze schrijven dat frustratie als gevolg van problemen mogelijk een rol kan spelen bij agressie. Dat is een mogelijke verklaring, geen bewezen oorzaak.
Geen simpel oorzaak-gevolgverhaal
Het onderzoek laat namelijk een verband zien, maar bewijst niet dat financiële zorgen, psychische klachten of een gebrek aan steun iemand agressief maken of tot complotdenken brengen.
De onderzoekers maten de problemen wel vóór de meting van agressie en complotdenken, wat sterker is dan wanneer mensen achteraf moeten vertellen hoe hun leven ervoor stond. Maar agressie en complotdenken werden slechts op één later moment gemeten. Daardoor kan niet worden vastgesteld hoe die eigenschappen zich door de tijd ontwikkelden of wat precies oorzaak en gevolg is.
Ook zijn lang niet alle mogelijke factoren meegenomen. Zaken als discriminatie, gevoelens van onrecht, persoonlijkheid, mediagebruik, politiek gedachtegoed en vertrouwen in instituties vielen buiten het onderzoek.
En ook zonder de onderzochte problemen kwamen agressieve complotdenkers voor. De onderzoekers waarschuwen er daarom voor om hen als één homogene groep te beschouwen.
Niet iedere complotdenker over één kam scheren
Volgens de wetenschappers heeft dat ook praktische gevolgen. Wie agressie in combinatie met complotdenken wil tegengaan, zou niet alleen naar de overtuigingen van mensen moeten kijken. Problemen die al in hun leven spelen, kunnen eveneens relevant zijn.
Daarbij kan volgens hen gedacht worden aan betere toegang tot geestelijke gezondheidszorg, hulp bij financiële problemen en maatregelen om geweld te voorkomen. Omdat verschillende problemen zich bij één persoon kunnen opstapelen, pleiten ze voor een aanpak waarbij meerdere vormen van hulp samenkomen.
Maar misschien is de belangrijkste boodschap van het onderzoek juist dat „de boze complotdenker” niet bestaat. Iemand kan in meerdere complottheorieën geloven zonder ooit een vuist op te heffen. De combinatie van sterk complotdenken en fysieke agressie lijkt volgens deze studie vooral samen te gaan met een veel bredere opeenstapeling van problemen in iemands leven.
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.






















