Vrouwen voelen zich vaker niet gehoord bij de huisarts, terwijl onderzoek laat zien dat mannen met vergelijkbare klachten sneller worden doorverwezen en een diagnose krijgen. Twee hoogleraren leggen uit waar dat verschil vandaan komt én wat vrouwen zelf kunnen doen.
Sneller bij nieuws dat ertoe doetStel Metro in als voorkeursbron en je vindt ons nieuws altijd terug in Google.
Instellen →
Die ongelijkheid in de gezondheidszorg blijkt uit items die EenVandaag de afgelopen weken maakte over vrouwengezondheid. Hoogleraar Gezondheidscommunicatie Julia van Weert van de Universiteit van Amsterdam en programmaleider Communicatie in de Gezondheidszorg bij het NIVEL en hoogleraar Sandra van Dulmen herkennen dit beeld.
Waarom vrouwen bij dezelfde klachten later een diagnose kunnen krijgen
Er zijn steeds meer aanwijzingen voor de oorzaken waardoor vrouwen zich minder gehoord voelen bij de huisarts. „We hebben in onderzoek heel vaak gevonden dat vrouwen zich niet gehoord voelen bij een arts”, zegt Van Dulmen. En het blijft niet bij een gevoel: uit recent onderzoek blijkt dat mannen sneller worden doorverwezen en sneller een diagnose krijgen dan vrouwen met vergelijkbare klachten, schreef EenVandaag.
Dat komt doordat de geneeskunde van oudsher op het mannenlichaam is gebaseerd. Een hartaanval veroorzaakt bij vrouwen bijvoorbeeld vaak andere symptomen. „Artsen worden opgeleid met hoe het bij mannen werkt“, zegt Van Weert. „Dat is het plaatje dat ze in hun hoofd hebben.”
Vrouwen met chronische pijn worden vaker als emotioneel of gestrest gezien
Daarnaast spelen onbewuste vooroordelen mee. „Vrouwen met chronische pijn worden vaker dan mannen gezien als emotioneel of gestrest”, zegt Van Weert. „Mannen met vergelijkbare klachten worden eerder lichamelijk onderzocht.” Het ligt daarmee niet aan de arts of aan de vrouw alleen, benadrukken beiden: het ontstaat in de wisselwerking tussen die twee. „Het is niemands schuld”, zegt Van Weert.
Aan die kennisachterstand verander je als patiënt weinig, maar op het gesprek zelf heb je wel invloed en dat begint bij een goede voorbereiding. „Je weet dan al een beetje van tevoren wat een arts zou kunnen gaan zeggen”, legt Van Dulmen uit. Zo kun je in de spreekkamer sneller zeggen dat je iets al hebt geprobeerd. „Het helpt echt als je wat steviger in je schoenen staat doordat je wat meer kennis hebt.”
Ook je vragen op een briefje zetten werkt als tip, volgens Van Dulmen. Zo vergeet je niets, ook niet als je het spannend vindt. De belangrijkste tip: maak je klacht zo concreet mogelijk. „In plaats van ‘ik ben moe’ kun je zeggen: ik slaap 8 uur per nacht, maar na 2 uur werken ben ik al uitgeput, en dat gaat nu al 3 maanden zo.”
Waarom de belangrijkste klacht bij de huisarts als eerste moet komen
Een betere volgorde van je klachten kan ook zorgen voor een eerlijkere behandeling. Van Dulmen ziet in onderzoek dat vrouwen hun belangrijkste klacht vaak pas als laatste noemen, soms zelfs pas als ze de deur uitlopen. Haar advies: begin met wat er echt toe doet. Meer vertellen is trouwens niet altijd beter. Soms geven patiënten zoveel informatie tegelijk, dat de arts door de bomen het bos niet meer ziet.
Spreek ook je zorgen hardop uit, want die houden veel mensen juist voor zich. Terwijl een arts daar veel aan heeft: het maakt duidelijk waarom je op het spreekuur zit. „Je kunt zeggen: mijn grootste zorg is dat er iets ernstigs over het hoofd wordt gezien”, zegt Van Weert. „Dan begrijpt de arts beter wat jij nodig hebt.”
Geen doorverwijzing van de huisarts? Deze vragen adviseren de experts
Ook doorvragen helpt. „Patiënten die vragen stellen, onthouden de uitleg beter en volgen adviezen beter op”, zegt Van Weert. Ook de manier waarop je iets vraagt, maakt verschil. Krijg je bijvoorbeeld geen doorverwijzing, eis die dan niet, maar vraag waarom die volgens de arts nu niet nodig is.
Voel je je nog niet gerustgesteld, herhaal dan in je eigen woorden wat de arts zei. Zo laat je merken dat je nog twijfelt. „Je kunt zeggen: als ik u goed begrijp, denkt u dat het vanzelf overgaat”, legt Van Weert uit. „Soms lukt het niet, ga dan gewoon weer terug en zeg: ik was toch niet helemaal gerustgesteld”, zegt Van Weert.
Kennisagenda vrouwengezondheid moet achterstand in de zorg verkleinen
Toch zijn deze tips niet alleen de oplossing: op de lange termijn moet er meer veranderen dan alleen het gesprek in de spreekkamer, zeggen beide experts.
Onlangs kwam er vanuit het ministerie van VWS een kennisagenda voor vrouwengezondheid, wat volgens Van Dulmen helpt. Dat het zover heeft moeten komen, zit haar wel dwars. „Ik vind het eigenlijk van de gekken dat we het hier in deze tijd nog over moeten hebben.”
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.






















